Landbouw; economische omvang naar omvangsklasse, bedrijfstype

Landbouw; economische omvang naar omvangsklasse, bedrijfstype

SO-klassen Bedrijfstypen Perioden Aantal bedrijven (aantal) Economische omvang (SO) (1 000 euro) Oppervlakte cultuurgrond (ha)
Alle SO-klassen Totaal alle bedrijfstype 2021 52.105 25.032.039 1.811.912
Alle SO-klassen Totaal akkerbouwbedrijven 2021 11.190 1.846.428 463.549
Alle SO-klassen Graan-, oliezaad- en eiwitgewasbedrijven 2021 850 30.541 16.553
Alle SO-klassen Zetmeelaardappelbedrijven 2021 845 201.161 65.194
Alle SO-klassen Akkerbouwgroentebedrijven 2021 1.390 312.811 61.850
Alle SO-klassen Akkerbouwbedr. met vooral voedergewassen 2021 2.705 44.754 35.735
Alle SO-klassen Overige akkerbouwbedrijven 2021 5.395 1.257.160 284.217
Alle SO-klassen Totaal tuinbouwbedrijven 2021 6.995 9.049.582 98.778
Alle SO-klassen Glasgroentebedrijven 2021 820 2.086.894 6.059
Alle SO-klassen Snijbloemenbedrijven 2021 900 1.847.697 4.640
Alle SO-klassen Pot- en perkplantenbedrijven 2021 655 1.824.222 1.936
Alle SO-klassen Overige glastuinbouwbedrijven 2021 300 486.565 1.531
Alle SO-klassen Opengrondsgroentenbedrijven 2021 855 391.029 21.167
Alle SO-klassen Bloembollenbedrijven 2021 575 545.988 23.306
Alle SO-klassen Paddenstoelbedrijven 2021 115 242.748 74
Alle SO-klassen Boomkwekerijbedrijven 2021 1.845 902.801 20.948
Alle SO-klassen Overige tuinbouwbedrijven 2021 925 721.640 19.118
Alle SO-klassen Totaal blijvendeteeltbedrijven 2021 1.510 429.389 21.242
Alle SO-klassen Wijngaardbedrijven 2021 45 2.753 203
Alle SO-klassen Fruitbedrijven 2021 1.330 405.264 20.214
Alle SO-klassen Overige blijvende teeltbedrijven 2021 140 21.371 825
Alle SO-klassen Totaal graasdierbedrijven 2021 25.620 8.045.171 1.031.142
Alle SO-klassen Melkveebedrijven 2021 14.120 6.355.137 830.074
Alle SO-klassen Vleeskalverenbedrijven 2021 1.245 923.884 20.434
Alle SO-klassen Overige rundveebedrijven 2021 4.490 261.534 98.945
Alle SO-klassen Schapenbedrijven 2021 2.115 93.634 30.221
Alle SO-klassen Geitenbedrijven 2021 435 308.841 8.897
Alle SO-klassen Paard- en ponybedrijven 2021 1.880 40.541 18.010
Alle SO-klassen Graasdierbedr. met vooral voedergewassen 2021 590 14.253 10.679
Alle SO-klassen Overige graasdierbedrijven 2021 745 47.347 13.882
Alle SO-klassen Totaal hokdierbedrijven 2021 3.800 4.385.145 51.925
Alle SO-klassen Fokzeugenbedrijven 2021 605 809.746 8.358
Alle SO-klassen Vleesvarkensbedrijven 2021 1.135 924.500 14.221
Alle SO-klassen Overige varkensbedrijven 2021 535 947.324 12.063
Alle SO-klassen Leghennenbedrijven tbv consumptie eieren 2021 560 616.102 6.246
Alle SO-klassen Vleeskuikenbedrijven 2021 495 672.330 7.435
Alle SO-klassen Overige pluimveebedrijven 2021 410 360.988 2.438
Alle SO-klassen Overige hokdierbedrijven 2021 60 54.154 1.165
Alle SO-klassen Gewascombinaties 2021 1.220 510.301 61.779
Alle SO-klassen Totaal veeteeltcombinaties 2021 375 280.506 15.594
Alle SO-klassen Veeteeltcombinatie, vooral graasdieren 2021 175 120.454 7.602
Alle SO-klassen Veeteeltcombinatie, vooral hokdieren 2021 200 160.052 7.993
Alle SO-klassen Gewas/veecombinaties 2021 1.400 485.517 67.902
Alle SO-klassen Akkerbouw-graasdiercombinaties 2021 840 167.702 38.859
Alle SO-klassen Overige gewas/veecombinaties 2021 560 317.816 29.042
SO: 3 000 tot 25 000 euro Totaal alle bedrijfstype 2021 9.175 117.518 58.660
SO: 3 000 tot 25 000 euro Totaal akkerbouwbedrijven 2021 3.455 41.288 27.661
SO: 3 000 tot 25 000 euro Graan-, oliezaad- en eiwitgewasbedrijven 2021 550 6.580 3.817
SO: 3 000 tot 25 000 euro Zetmeelaardappelbedrijven 2021 35 583 227
SO: 3 000 tot 25 000 euro Akkerbouwgroentebedrijven 2021 45 680 237
SO: 3 000 tot 25 000 euro Akkerbouwbedr. met vooral voedergewassen 2021 2.265 24.610 19.317
SO: 3 000 tot 25 000 euro Overige akkerbouwbedrijven 2021 565 8.836 4.063
SO: 3 000 tot 25 000 euro Totaal tuinbouwbedrijven 2021 335 4.779 254
SO: 3 000 tot 25 000 euro Glasgroentebedrijven 2021 15 201 4
SO: 3 000 tot 25 000 euro Snijbloemenbedrijven 2021 10 158 0
SO: 3 000 tot 25 000 euro Pot- en perkplantenbedrijven 2021 10 120 0
SO: 3 000 tot 25 000 euro Overige glastuinbouwbedrijven 2021 15 213 1
SO: 3 000 tot 25 000 euro Opengrondsgroentenbedrijven 2021 80 1.037 114
SO: 3 000 tot 25 000 euro Bloembollenbedrijven 2021 25 381 24
SO: 3 000 tot 25 000 euro Paddenstoelbedrijven 2021 5 137 3
SO: 3 000 tot 25 000 euro Boomkwekerijbedrijven 2021 130 1.922 86
SO: 3 000 tot 25 000 euro Overige tuinbouwbedrijven 2021 45 610 23
SO: 3 000 tot 25 000 euro Totaal blijvendeteeltbedrijven 2021 135 2.091 166
SO: 3 000 tot 25 000 euro Wijngaardbedrijven 2021 15 229 18
SO: 3 000 tot 25 000 euro Fruitbedrijven 2021 100 1.536 135
SO: 3 000 tot 25 000 euro Overige blijvende teeltbedrijven 2021 25 326 13
SO: 3 000 tot 25 000 euro Totaal graasdierbedrijven 2021 4.960 65.094 29.003
SO: 3 000 tot 25 000 euro Melkveebedrijven 2021 25 410 112
SO: 3 000 tot 25 000 euro Vleeskalverenbedrijven 2021 10 88 25
SO: 3 000 tot 25 000 euro Overige rundveebedrijven 2021 1.635 23.835 10.541
SO: 3 000 tot 25 000 euro Schapenbedrijven 2021 1.135 14.708 5.902
SO: 3 000 tot 25 000 euro Geitenbedrijven 2021 30 327 103
SO: 3 000 tot 25 000 euro Paard- en ponybedrijven 2021 1.380 15.865 6.579
SO: 3 000 tot 25 000 euro Graasdierbedr. met vooral voedergewassen 2021 400 5.282 3.920
SO: 3 000 tot 25 000 euro Overige graasdierbedrijven 2021 340 4.579 1.821
SO: 3 000 tot 25 000 euro Totaal hokdierbedrijven 2021 25 321 32
SO: 3 000 tot 25 000 euro Fokzeugenbedrijven 2021 5 56 3
SO: 3 000 tot 25 000 euro Vleesvarkensbedrijven 2021 10 107 6
SO: 3 000 tot 25 000 euro Overige varkensbedrijven 2021 5 78 17
SO: 3 000 tot 25 000 euro Leghennenbedrijven tbv consumptie eieren 2021 0 23 1
SO: 3 000 tot 25 000 euro Vleeskuikenbedrijven 2021 0 0 0
SO: 3 000 tot 25 000 euro Overige pluimveebedrijven 2021 5 57 5
SO: 3 000 tot 25 000 euro Overige hokdierbedrijven 2021 0 0 0
SO: 3 000 tot 25 000 euro Gewascombinaties 2021 80 1.137 367
SO: 3 000 tot 25 000 euro Totaal veeteeltcombinaties 2021 10 110 27
SO: 3 000 tot 25 000 euro Veeteeltcombinatie, vooral graasdieren 2021 5 93 26
SO: 3 000 tot 25 000 euro Veeteeltcombinatie, vooral hokdieren 2021 0 17 1
SO: 3 000 tot 25 000 euro Gewas/veecombinaties 2021 175 2.700 1.149
SO: 3 000 tot 25 000 euro Akkerbouw-graasdiercombinaties 2021 115 1.824 899
SO: 3 000 tot 25 000 euro Overige gewas/veecombinaties 2021 60 876 251
SO: 25 000 tot 100 000 euro Totaal alle bedrijfstype 2021 9.960 538.895 181.414
SO: 25 000 tot 100 000 euro Totaal akkerbouwbedrijven 2021 3.230 180.233 72.462
SO: 25 000 tot 100 000 euro Graan-, oliezaad- en eiwitgewasbedrijven 2021 240 11.571 6.436
SO: 25 000 tot 100 000 euro Zetmeelaardappelbedrijven 2021 245 14.420 5.656
SO: 25 000 tot 100 000 euro Akkerbouwgroentebedrijven 2021 435 28.145 7.335
SO: 25 000 tot 100 000 euro Akkerbouwbedr. met vooral voedergewassen 2021 425 17.492 14.077
SO: 25 000 tot 100 000 euro Overige akkerbouwbedrijven 2021 1.885 108.605 38.958
SO: 25 000 tot 100 000 euro Totaal tuinbouwbedrijven 2021 985 58.765 3.123
SO: 25 000 tot 100 000 euro Glasgroentebedrijven 2021 35 2.291 29
SO: 25 000 tot 100 000 euro Snijbloemenbedrijven 2021 45 2.978 30
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft informatie over het aantal landbouwbedrijven in Nederland, de economische omvang van de bedrijven en de oppervlakte cultuurgrond in gebruik bij deze bedrijven, per klasse van economische omvang van de bedrijven.
Deze informatie wordt gepresenteerd voor totaal Nederland en voor de diverse (hoofd)bedrijfstypen.

De gegevens voor deze tabel komen uit de landbouwtelling. De landbouwtelling maakt deel uit van de gecombineerde opgave, die onder meer gebruikt wordt voor de uitvoering van het landbouwbeleid en handhaving van de Meststoffenwet.

De peildatum voor het aantal dieren is 1 april; de peildatum voor de gewassen is 15 mei.

Met ingang van 2020 geldt de SO2017, gebaseerd op de jaren 2015 tot en met 2019 (zie ook de toelichting bij SO: Standaard Opbrengst).

Met ingang van 2018 wordt het aantal vleeskalveren, vleesvarkens, kippen en kalkoenen bijgesteld bij tijdelijke leegstand op de peildatum. Voor de bijstelling wordt gebruik gemaakt van de opgave van voorgaand jaar.
De Landbouwtelling is een structuur enquête, daarin is een bijstelling bij tijdelijke leegstand o.a. van belang voor de bepaling van het bedrijfstype en de economische omvang van de bedrijven.
Bij de omvang van de veestapels is het aantal dieren op de peildatum van belang, daarom worden de dieraantallen in de veestapeltabellen niet bijgesteld bij tijdelijke leegstand.
Als gevolg hiervan kunnen er verschillen optreden tussen de dieraantallen in de Landbouwtellingstabellen en de veestapeltabellen (zie ‘koppeling naar relevante tabellen en artikelen’).

Met ingang van 2017 worden de dieraantallen in toenemende mate afgeleid uit I&R registers (Identificatie en Registratie van dieren), in plaats van d.m.v. directe uitvraag in de Gecombineerde Opgave. De I&R registers vallen onder verantwoordelijkheid van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Sinds 2017 worden de rundvee aantallen afgeleid uit I&R-rund, en vanaf 2018 worden ook schapen, geiten en pluimvee afgeleid uit de betreffende I&R registers. De registratie van rundvee, schapen en geiten vindt rechtstreeks bij RVO plaats. Pluimvee gegevens worden ingewonnen via de aangewezen databank Koppel Informatiesysteem Pluimvee (KIP) van Avined. Avined is een brancheorganisatie voor de eier- en pluimveevleessector. Avined geeft de gegevens door aan de centrale database van RVO.nl. Door de overgang naar het gebruik van I&R registers treedt er voor schapen en geiten vanaf 2018 een wijziging in de indeling op.

Met ingang van 2016 wordt voor de afbakening van de Landbouwtelling gebruik gemaakt van informatie uit het Handelsregister. Inschrijving in het Handelsregister met een agrarische SBI (Standaard BedrijfsIndeling) is leidend bij de bepaling of er sprake is van een landbouwbedrijf. Met deze afbakening wordt zo nauw mogelijk aangesloten bij de statistische verordeningen van Eurostat en de (Nederlandse) implementatie van het begrip 'actieve landbouwer' uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).

De afbakening van de Landbouwtelling op basis van informatie uit het Handelsregister heeft vooral invloed op het aantal bedrijven, hier treedt een duidelijke trendbreuk op. De invloed op arealen (behalve bij niet-cultuurgrond en natuurlijk grasland) en de dieraantallen (behalve bij schapen, en paarden en pony's) zijn beperkt. Dit heeft met name te maken met het soort bedrijven dat bij de nieuwe afbakening wordt uitgesloten (zoals maneges, kinderboerderijen en natuurbeheer organisaties).

Met ingang van 2010 wordt een nieuwe norm voor de economische omvang van bedrijven en een nieuwe bedrijfstypering gehanteerd. Tot en met 2009 werd de economische omvang van agrarische bedrijven uitgedrukt in NGE (Nederlandse Grootte-Eenheid). Met ingang van 2010 is dit vervangen door SO (Standaard Opbrengst). Hierdoor wijzigt de ondergrens voor opname van bedrijven in de publicatie van de Landbouwtelling van 3 nge in 3000 euro SO.
Voor vergelijkbaarheid in de tijd zijn de gegevens van 2000 tot en met 2009 herberekend op basis van SO-normen en -indelingen. SO-normen worden om de drie jaar geactualiseerd. De meest recente actualisatie vond plaats in 2016; bij de herberekening zijn de SO-normen uit 2010 gehanteerd.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2000

Status van de cijfers: de cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 24 februari 2022: de definitieve cijfers van 2021 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Volgens de reguliere planning verschijnen in november de voorlopige cijfers en in maart van het jaar daarna volgen de definitieve cijfers.

Toelichting onderwerpen

Aantal bedrijven
Bedrijven die landbouwproducten voor de markt voortbrengen, met hoofdvestiging in Nederland, en een economische omvang >= 3000 euro SO (Standaard Opbrengst).
_
Bedrijven < 3000 euro SO zijn zeer klein, gedacht moet worden aan bijvoorbeeld slechts 1 melkkoe of 1 are paprika.
_
Tot en met 2009 werd de economische omvang van agrarische bedrijven uitgedrukt in NGE (Nederlandse Grootte Eenheid). Voor vergelijkbaarheid in de tijd zijn de gegevens van 2000 tot en met 2009 herberekend op basis van SO-normen en -indelingen. De oorspronkelijke ondergrens (3 NGE) is echter gehandhaafd, waardoor de populatie ongewijzigd is gebleven.
_
Met ingang van 2016 wordt bij de afbakening van de Landbouwtelling gebruik gemaakt van informatie uit het Handelsregister. Dit heeft vooral invloed op het aantal bedrijven, hier treedt een duidelijke trendbreuk op. De invloed op arealen (behalve bij niet-cultuurgrond en natuurlijk grasland) en de dieraantallen (behalve bij schapen, en paarden en pony’s) zijn beperkt. Dit heeft met name te maken met het soort bedrijven dat bij de nieuwe afbakening wordt uitgesloten (zoals maneges, kinderboerderijen en natuurbeheer organisaties).
_
Voor meer uitleg over de afbakening van de Landbouwtelling en de SO wordt verwezen naar de tabeltoelichting.
Economische omvang (SO)
De economische omvang van de Nederlandse landbouwbedrijven, uitgedrukt in euro SO (Standaard Opbrengst).
Met ingang van 2013 zijn de SO-normen geactualiseerd. De eerstvolgende actualisering vind plaats in 2016.
_
Voor meer uitleg over SO wordt verwezen naar de tabeltoelichting.
Oppervlakte cultuurgrond
Cultuurgrond is grond die, blijvend dan wel tijdelijk, deel uitmaakt van het bedrijf, en in hoofdzaak bestemd is voor het voortbrengen van landbouwproducten (akkerbouw, tuinbouw, veehouderij), met inbegrip van braakland en (tijdelijk) grasland.
_
Omvat akkerbouw, tuinbouw open grond, tuinbouw onder glas, grasland en voedergewassen.