Overledenen; zelfdoding (inwoners), diverse kenmerken

Overledenen; zelfdoding (inwoners), diverse kenmerken

Geslacht Leeftijd Perioden Wijze van zelfdoding Ophangen/verwurgen (aantal) Wijze van zelfdoding Medicijnen en/of alcohol (aantal) Wijze van zelfdoding Voor trein of metro (aantal) Wijze van zelfdoding Verdrinken (aantal) Wijze van zelfdoding Springen van hoogte (aantal) Wijze van zelfdoding Overige wijze van zelfdoding (aantal) Wijze van zelfdoding Onbekende wijze van zelfdoding (aantal) Motief van zelfdoding Psychische stoornissen (aantal) Motief van zelfdoding Fysieke stoornissen (aantal) Motief van zelfdoding Huiselijke omstandigheden (aantal) Motief van zelfdoding Overig motief van zelfdoding (aantal) Motief van zelfdoding Onbekend motief van zelfdoding (aantal)
Totaal mannen en vrouwen Totaal alle leeftijden 2020 831 337 180 90 126 255 4 1.035 110 116 147 415
Totaal mannen en vrouwen Jonger dan 20 jaar 2020 35 3 15 2 7 0 0 34 0 5 4 19
Totaal mannen en vrouwen 20 tot 30 jaar 2020 98 29 32 5 13 22 0 126 1 6 17 49
Totaal mannen en vrouwen 30 tot 40 jaar 2020 115 40 26 7 21 32 2 140 8 19 21 55
Totaal mannen en vrouwen 40 tot 50 jaar 2020 142 50 37 12 23 31 1 176 2 32 24 62
Totaal mannen en vrouwen 50 tot 60 jaar 2020 199 83 41 14 16 54 1 233 16 32 38 89
Totaal mannen en vrouwen 60 tot 70 jaar 2020 125 57 15 15 18 54 0 167 23 9 24 61
Totaal mannen en vrouwen 70 tot 80 jaar 2020 80 35 14 21 12 44 0 102 36 8 9 51
Totaal mannen en vrouwen 80 jaar of ouder 2020 37 40 0 14 16 18 0 57 24 5 10 29
Mannen Totaal alle leeftijden 2020 605 179 131 52 83 176 2 663 72 91 117 285
Mannen Jonger dan 20 jaar 2020 21 0 9 1 4 0 0 15 0 3 2 15
Mannen 20 tot 30 jaar 2020 56 15 25 4 10 14 0 68 0 5 13 38
Mannen 30 tot 40 jaar 2020 84 24 20 7 17 25 1 99 4 12 17 46
Mannen 40 tot 50 jaar 2020 109 32 30 5 14 22 1 124 2 26 20 41
Mannen 50 tot 60 jaar 2020 144 46 27 8 11 40 0 154 8 28 34 52
Mannen 60 tot 70 jaar 2020 92 28 12 6 10 40 0 107 13 9 18 41
Mannen 70 tot 80 jaar 2020 66 19 8 14 8 23 0 66 29 4 7 32
Mannen 80 jaar of ouder 2020 33 15 0 7 9 12 0 30 16 4 6 20
Vrouwen Totaal alle leeftijden 2020 226 158 49 38 43 79 2 372 38 25 30 130
Vrouwen Jonger dan 20 jaar 2020 14 3 6 1 3 0 0 19 0 2 2 4
Vrouwen 20 tot 30 jaar 2020 42 14 7 1 3 8 0 58 1 1 4 11
Vrouwen 30 tot 40 jaar 2020 31 16 6 0 4 7 1 41 4 7 4 9
Vrouwen 40 tot 50 jaar 2020 33 18 7 7 9 9 0 52 0 6 4 21
Vrouwen 50 tot 60 jaar 2020 55 37 14 6 5 14 1 79 8 4 4 37
Vrouwen 60 tot 70 jaar 2020 33 29 3 9 8 14 0 60 10 0 6 20
Vrouwen 70 tot 80 jaar 2020 14 16 6 7 4 21 0 36 7 4 2 19
Vrouwen 80 jaar of ouder 2020 4 25 0 7 7 6 0 27 8 1 4 9
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over overledenen door zelfdodingen, voor zover het inwoners van Nederland betroffen. De cijfers zijn uitgesplitst naar burgerlijke staat, wijze van zelfdoding, motief van zelfdoding, leeftijd en geslacht.

De cijfers in deze tabel komen overeen met die uit de doodsoorzakenstatistiek, omdat ze gebaseerd zijn op dezelfde bronbestanden. In de doodsoorzakenstatistiek komen echter geen gegevens voor over motief van zelfdoding. Dit gegeven is voor de periode 1950-1995 overgenomen vanuit een historische bestand Zelfdodingen. Voor de periode 1996-heden wordt het motief overgenomen uit het bestand Niet-Natuurlijke dood.
In ICD 6 tot en met ICD 8, gebruikt in de jaren 1950-1978, was het niet mogelijk om 'springen voor trein/metro' te coderen. Voor de jaren 1950-1978 wordt daarom 'springen voor trein/metro' niet gevuld, maar zijn de overledenen ondergebracht in de groep 'Overige methoden'.

De relatieve cijfers zijn berekend per 100 000 van de overeenkomstige bevolkingsgroep. De cijfers zijn berekend op de gemiddelde bevolking van het desbetreffende jaar.

Het CBS is in het statistiekjaar 2013 overgestapt op het gebruik van internationale software voor automatisch coderen van de doodsoorzaken (Iris). Hiermee zijn de cijfers beter reproduceerbaar en internationaal vergelijkbaar. Wel zijn er enkele forse verschuivingen te zien in de doodsoorzaken. Externe doodsoorzaken zijn echter net als voorheen handmatig verwerkt.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1950

Status van de cijfers:
De cijfers tot en met 2020 zijn definitief.

Wijzigingen per 24 januari 2022:
De cijfers over 2020 zijn definitief gemaakt.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In het derde kwartaal van 2022 verschijnen er voorlopige cijfers over 2021.

Toelichting onderwerpen

Wijze van zelfdoding
Ophangen/verwurgen
Inclusief verstikken.
Medicijnen en/of alcohol
Inclusief drugs.
Voor trein of metro
In de ICD 6, 7 en ICD 8, gebruikt in de jaren 1950-1978, was het niet mogelijk om 'springen voor trein/metro' te coderen. Voor de jaren 1950-1978 wordt daarom 'springen voor trein/metro' niet gevuld, maar zijn de overledenen ondergebracht in de groep 'Overige methoden'.
Verdrinken
Springen van hoogte
Overige wijze van zelfdoding
O.a. het innemen van gif, opzettelijk verkeersongeval, voor (vracht)auto of tram springen, met behulp van vuurwapen of snijwerktuig, door middel van gas of koolmonoxide, zelfverbranding, elektrocutie.
In de ICD 7 en ICD 8, gebruikt in de jaren 1950-1978, was het niet mogelijk om 'springen voor trein/metro' te coderen. Voor de jaren 1950-1978 wordt daarom 'springen voor trein/metro' niet gevuld, maar zijn de overledenen ondergebracht in de groep 'Overige methoden'.
Onbekende wijze van zelfdoding
Motief van zelfdoding
Psychische stoornissen
Overspannen, depressief en overige psychische stoornissen.
Fysieke stoornissen
Huiselijke omstandigheden
Overig motief van zelfdoding
O.a. verlies familie, financieel-economische motieven, verslaving, seksuele geaardheid, studie/werk.
Onbekend motief van zelfdoding