Regionale kerncijfers Nederland

Regionale kerncijfers Nederland

Regio's Perioden Bouwen en wonen Woningvoorraad Woningen naar eigendom Koopwoningen (%) Bouwen en wonen Woningvoorraad Woningen naar eigendom Huurwoningen (%) Bouwen en wonen Woningvoorraad Woningen naar eigendom Eigendom onbekend (%) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Woningbezit: eigen woning (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Woningbezit: eigen woning (1 000 euro) Inkomen en vermogen Mediaan vermogen huishoudens Woningbezit: eigen woning (1 000 euro)
Nederland 2021
Noord-Nederland (LD) 2021
Oost-Nederland (LD) 2021
West-Nederland (LD) 2021
Zuid-Nederland (LD) 2021
Groningen (PV) 2021
Fryslân (PV) 2021
Drenthe (PV) 2021
Overijssel (PV) 2021
Flevoland (PV) 2021
Gelderland (PV) 2021
Utrecht (PV) 2021
Noord-Holland (PV) 2021
Zuid-Holland (PV) 2021
Zeeland (PV) 2021
Noord-Brabant (PV) 2021
Limburg (PV) 2021
Oost-Groningen (CR) 2021
Delfzijl en omgeving (CR) 2021
Overig Groningen (CR) 2021
Noord-Friesland (CR) 2021
Zuidwest-Friesland (CR) 2021
Zuidoost-Friesland (CR) 2021
Noord-Drenthe (CR) 2021
Zuidoost-Drenthe (CR) 2021
Zuidwest-Drenthe (CR) 2021
Noord-Overijssel (CR) 2021
Zuidwest-Overijssel (CR) 2021
Twente (CR) 2021
Veluwe (CR) 2021
Achterhoek (CR) 2021
Arnhem/Nijmegen (CR) 2021
Zuidwest-Gelderland (CR) 2021
Utrecht (CR) 2021
Kop van Noord-Holland (CR) 2021
Alkmaar en omgeving (CR) 2021
IJmond (CR) 2021
Agglomeratie Haarlem (CR) 2021
Zaanstreek (CR) 2021
Groot-Amsterdam (CR) 2021
Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2021
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2021
Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2021
Delft en Westland (CR) 2021
Oost-Zuid-Holland (CR) 2021
Groot-Rijnmond (CR) 2021
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2021
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2021
Overig Zeeland (CR) 2021
West-Noord-Brabant (CR) 2021
Midden-Noord-Brabant (CR) 2021
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2021
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2021
Noord-Limburg (CR) 2021
Midden-Limburg (CR) 2021
Zuid-Limburg (CR) 2021
Flevoland (CR) 2021
Aa en Hunze 2021
Aalburg 2021
Aalsmeer 2021
Aalten 2021
Ter Aar 2021
Aarle-Rixtel 2021
Abcoude 2021
Achtkarspelen 2021
Akersloot 2021
Alblasserdam 2021
Albrandswaard 2021
Alkemade 2021
Alkmaar 2021
Almelo 2021
Almere 2021
Alphen aan den Rijn 2021
Alphen en Riel 2021
Alphen-Chaam 2021
Altena 2021
Ambt Delden 2021
Ambt Montfort 2021
Ameland 2021
Amerongen 2021
Amersfoort 2021
Ammerzoden 2021
Amstelveen 2021
Amsterdam 2021
Andijk 2021
Angerlo 2021
Anloo 2021
Anna Paulowna 2021
Apeldoorn 2021
Appingedam 2021
Arcen en Velden 2021
Arnemuiden 2021
Arnhem 2021
Assen 2021
Asten 2021
Avereest 2021
Axel 2021
Baarle-Nassau 2021
Baarn 2021
Bakel en Milheeze 2021
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


In deze tabel zijn voor een groot aantal onderwerpen de belangrijkste statistische gegevens weergegeven voor diverse regionale indelingen.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief tenzij is aangegeven in de toelichting bij de perioden of het onderwerp dat ze voorlopig of nader voorlopig zijn.

Wijzigingen per 18 oktober 2021:

Bevolking
Migratieachtergrond: de definitieve cijfers van 2021 zijn toegevoegd.
Geboorte en sterfte: de definitieve cijfers van 2020 zijn toegevoegd.
Doodsoorzaken: de voorlopige cijfers van 2020 zijn toegevoegd.
Verhuizingen: de definitieve cijfers van 2020 zijn toegevoegd.
Bevolkingsgroei: de definitieve cijfers van 2020 zijn toegevoegd.
Particuliere huishoudens: de definitieve cijfers van 2021 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
December 2021.

Toelichting onderwerpen

Bouwen en wonen
Woningvoorraad
De gegevens zijn vanaf 2012 gebaseerd op de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG).
De woningvoorraadcijfers zijn van 1995 tot en met 2011 gebaseerd op de administratieve woningtelling met peildatum 1-1-1992 en de daarna door de gemeenten aan het CBS gemelde mutaties.

De verandering van de bron van de gegevens (BAG) vanaf 2012 betekent ook een aantal verschillen in definities en classificaties. De belangrijkste zijn:
- Tijdelijke bouwwerken (bouwwerken met een aangeduide instandhoudingtermijn in de verleende bouwvergunning) werden in de woningvoorraadregistratie niet als woonruimte aangemerkt. de BAG kent dit onderscheid niet. Tijdelijke bouwwerken c.q. objecten worden in het vervolg meegeteld in de voorraden.
- Wooneenheden (onzelfstandige woningen), zoals studentenflats, werden in de woningvoorraadregistratie aangemerkt als aparte categorie woonruimten. In de BAG worden ze alleen als woning gezien als ze een eigen adres hebben.
- Recreatiewoningen werden in de woningvoorraadregistratie waargenomen als aparte categorie woonruimten. De recreatiewoningen kunnen in de BAG aangemerkt worden als woning of als niet-woning met een logiesfunctie.
- De bewoningscapaciteit (aantal huisvestingsplaatsen voor permanente bewoning) van bijzondere woongebouwen, zoals verpleeghuizen en gezinsvervangende tehuizen, was in de woningvoorraadregistratie ook een aparte categorie woonruimten. Per adres van het bijzondere woongebouw was de bewoningscapaciteit bekend. In de BAG is informatie over de bewoningscapaciteit niet meer voorhanden. Daarnaast worden bijzondere woongebouwen in de BAG niet altijd aangeduid met een woonfunctie. Net als de recreatiewoningen worden dergelijke objecten dan niet meer meegeteld in de voorraad woningen.
Woningen naar eigendom
Peildatum: 1 januari van het betreffende jaar.

De afleiding van de eigendomssituatie van woningen vindt als volgt plaats:

De eigendomssituatie wordt afgeleid via koppeling op woning en bewoner tussen de registraties Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), Basisregistratie Personen (BRP) en Inkomens Informatie Systeem (IIS).
In 2012 kon voor 81 procent van de woningvoorraad deze methode voor de eigendomssituatie worden toegepast, in 2015 is dit gestegen naar 93 procent.

Voor de woningen waarbij via deze methode geen eigendom kan worden afgeleid wordt de eigendomssituatie afgeleid via koppeling van de woning aan de Kadasterregistratie
of:
via een door de gemeente toegekend nummer als aanvulling op het Rechtspersonen Samenwerkingsverbanden Informatie Nummer (RSIN)
of:
via het totaal aantal woningen dat een eigenaar met eenzelfde Burgerservicenummer (BSN) of RSIN in zijn bezit heeft.
Als geen van deze methoden kan worden toegepast dan wordt de eigendomssituatie getypeerd als onbekend.

Tot en met verslagjaar 2011 werd de volgende werkwijze gehanteerd:
Na koppeling van de woningen uit het woningregister met de woningen uit de WOZ-registratie (Wet Onroerende Zaken) is op basis van de WOZ-registratie bepaald of de eigenaar van de woning ook de bewoner was. Voor de woningen waarbij de eigenaar niet de bewoner was, is op basis van gegevens uit de GBA (Gemeentelijke Basisadministratie) gekeken of de woningen door iemand anders bewoond werd. Als dat het geval was, zijn deze woningen aangeduid als huurwoningen.
Koopwoningen
Woningen die eigendom zijn van de (toekomstige) bewoner(s) of in gebruik als tweede woning.
Huurwoningen
Woningen die niet bewoond worden door de eigenaar van de woning. Bij woningen waar geen bewoner geregistreerd is, gaat het om woningen waarvan het aannemelijk is dat de woning bestemd is voor de huurmarkt.
Eigendom onbekend
Woningen waarvan het eigendom niet afgeleid kon worden op basis van diverse registraties zoals het WOZ-register, Personenregister en het woningbestand Kadaster.
Inkomen en vermogen
Inkomen en vermogen van huishoudens. De populatie bestaat uit alle particuliere huishoudens met bekend inkomen, waarbij studentenhuishoudens in deze tabel worden uitgesloten. Peildatum voor de populatie is 1 januari van het verslagjaar.
Inkomen van particuliere huishoudens
Besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens (exclusief studentenhuishoudens).

Besteedbaar inkomen: het bruto-inkomen verminderd met betaalde inkomensoverdrachten, premies inkomensverzekeringen, premies ziektekostenverzekeringen en belastingen op inkomen en vermogen. Betaalde inkomensoverdrachten bestaan uit overdrachten tussen huishoudens zoals alimentatie betaald aan de ex-echtgeno(o)t(e). Premies inkomensverzekeringen betreffen premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden.
Gemiddeld besteedbaar inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens (exclusief studentenhuishoudens).

Het besteedbaar inkomen bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met betaalde inkomensoverdrachten, premies inkomensverzekeringen, premies ziektekostenverzekeringen en belastingen op inkomen en vermogen.
Woningbezit: eigen woning
Een huishouden woont in een eigen woning of in een gehuurde woning. Van de huishoudens die een woning huren, is bepaald of zij wel of geen huurtoeslag ontvangen hebben.
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen van particuliere huishoudens (exclusief studentenhuishoudens).

Het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze is het welvaartsniveau van verschillende typen huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt. Het gestandaardiseerd inkomen is een maat voor de welvaart van (de leden van) een huishouden.
Woningbezit: eigen woning
Een huishouden woont in een eigen woning of in een gehuurde woning. Van de huishoudens die een woning huren, is bepaald of zij wel of geen huurtoeslag ontvangen hebben.
Mediaan vermogen huishoudens
Mediaan vermogen van particuliere huishoudens (exclusief studentenhuishoudens).

De cijfers zijn voorlopig.

De mediaan is het middelste getal wanneer alle getalen van laag naar hoog worden gesorteerd.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.
Woningbezit: eigen woning
Een huishouden woont in een eigen woning of in een gehuurde woning. Van de huishoudens die een woning huren, is bepaald of zij wel of geen huurtoeslag ontvangen hebben.