Maatstaven Financiële-verhoudingswet (Fvw)

Maatstaven Financiële-verhoudingswet (Fvw)

Status cijfer Regio's Perioden Vastgoed Belastingcapaciteit woningen (mln euro) Vastgoed Belastingcapaciteit niet-woningen (mln euro) Vastgoed Amendement De Pater (mln euro) Vastgoed Vastgoed, bron Woningregister Woningvoorraad (aantal) Vastgoed Vastgoed, bron Woningregister Wooneenhedenvoorraad (aantal) Vastgoed Vastgoed, bron Woningregister Recreatiewoningvoorraad (aantal) Vastgoed Vastgoed, bron Woningregister Capaciteit bijzonder woongebouwen (aantal) Vastgoed Vastgoed, bron BAG Woning totaal (aantal) Vastgoed Vastgoed, bron BAG Woning met functie: logies (aantal) Vastgoed Vastgoed, bron BAG Niet-woning met functie: logies (aantal)
Voorlopig Nederland, Buitenland, Niet in te delen 2022
Voorlopig Nederland 2022 8.043.808 9.847 130.960
Voorlopig Buitenland 2022
Voorlopig Nederland; niet in te delen 2022
Voorlopig Noord-Nederland (LD) 2022 820.460 2.660 21.205
Voorlopig Oost-Nederland (LD) 2022 1.628.670 1.700 34.162
Voorlopig West-Nederland (LD) 2022 3.889.832 3.227 53.064
Voorlopig West-Nederland, exclusief G4 (LD) 2022
Voorlopig Zuid-Nederland (LD) 2022 1.704.846 2.260 22.529
Voorlopig Extra-Regio (LD) 2022
Voorlopig Buitenland (LD) 2022
Voorlopig Niet in te delen (LD) 2022
Voorlopig Groningen (PV) 2022 287.567 544 1.498
Voorlopig Fryslân (PV) 2022 306.632 1.786 10.416
Voorlopig Drenthe (PV) 2022 226.261 330 9.291
Voorlopig Overijssel (PV) 2022 518.555 652 8.203
Voorlopig Flevoland (PV) 2022 178.000 330 2.975
Voorlopig Gelderland (PV) 2022 932.115 718 22.984
Voorlopig Utrecht (PV) 2022 601.093 256 5.184
Voorlopig Noord-Holland (PV) 2022 1.375.263 1.986 17.796
Voorlopig Zuid-Holland (PV) 2022 1.724.087 538 12.413
Voorlopig Zeeland (PV) 2022 189.389 447 17.671
Voorlopig Noord-Brabant (PV) 2022 1.164.411 1.650 11.879
Voorlopig Limburg (PV) 2022 540.435 610 10.650
Voorlopig Extra-Regio (PV) 2022
Voorlopig Buitenland (PV) 2022
Voorlopig Niet in te delen (PV) 2022
Voorlopig Oost-Groningen (CR) 2022 64.616 79 613
Voorlopig Delfzijl en omgeving (CR) 2022 23.177 15 30
Voorlopig Overig Groningen (CR) 2022 199.774 450 855
Voorlopig Noord-Friesland (CR) 2022 153.871 411 6.375
Voorlopig Zuidwest-Friesland (CR) 2022 66.352 1.300 3.061
Voorlopig Zuidoost-Friesland (CR) 2022 86.409 75 980
Voorlopig Noord-Drenthe (CR) 2022 88.296 84 4.300
Voorlopig Zuidoost-Drenthe (CR) 2022 76.911 97 3.039
Voorlopig Zuidwest-Drenthe (CR) 2022 61.054 149 1.952
Voorlopig Noord-Overijssel (CR) 2022 163.911 285 3.985
Voorlopig Zuidwest-Overijssel (CR) 2022 70.544 15 543
Voorlopig Twente (CR) 2022 284.100 352 3.675
Voorlopig Veluwe (CR) 2022 301.486 259 15.945
Voorlopig Achterhoek (CR) 2022 182.652 178 4.578
Voorlopig Arnhem/Nijmegen (CR) 2022 344.793 189 1.293
Voorlopig Zuidwest-Gelderland (CR) 2022 103.184 92 1.168
Voorlopig Utrecht (CR) 2022 601.093 256 5.184
Voorlopig Kop van Noord-Holland (CR) 2022 172.047 771 10.673
Voorlopig Alkmaar en omgeving (CR) 2022 116.084 188 3.077
Voorlopig IJmond (CR) 2022 90.980 61 454
Voorlopig Agglomeratie Haarlem (CR) 2022 110.213 819 332
Voorlopig Zaanstreek (CR) 2022 76.968 28 140
Voorlopig Groot-Amsterdam (CR) 2022 697.861 87 1.788
Voorlopig Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2022 111.110 32 1.332
Voorlopig Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2022 197.423 89 2.520
Voorlopig Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2022 423.887 117 724
Voorlopig Delft en Westland (CR) 2022 106.551 14 443
Voorlopig Oost-Zuid-Holland (CR) 2022 147.262 63 995
Voorlopig Groot-Rijnmond (CR) 2022 682.506 165 7.145
Voorlopig Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2022 166.458 90 586
Voorlopig Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2022 54.948 139 4.341
Voorlopig Overig Zeeland (CR) 2022 134.441 308 13.330
Voorlopig West-Noord-Brabant (CR) 2022 290.093 701 2.282
Voorlopig Midden-Noord-Brabant (CR) 2022 221.718 180 3.580
Voorlopig Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2022 293.884 216 2.346
Voorlopig Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2022 358.716 553 3.671
Voorlopig Noord-Limburg (CR) 2022 127.670 159 4.452
Voorlopig Midden-Limburg (CR) 2022 111.589 166 3.109
Voorlopig Zuid-Limburg (CR) 2022 301.176 285 3.089
Voorlopig Flevoland (CR) 2022 178.000 330 2.975
Voorlopig Extra-Regio (CR) 2022
Voorlopig Buitenland (CR) 2022
Voorlopig Niet in te delen (CR) 2022
Voorlopig Geen stadsgewest (SG) 2022
Voorlopig Groningen (SG) 2022
Voorlopig Leeuwarden (SG) 2022
Voorlopig Zwolle (SG) 2022
Voorlopig Enschede (SG) 2022
Voorlopig Apeldoorn (SG) 2022
Voorlopig Arnhem (SG) 2022
Voorlopig Nijmegen (SG) 2022
Voorlopig Amersfoort (SG) 2022
Voorlopig Utrecht (SG) 2022
Voorlopig Amsterdam (SG) 2022
Voorlopig Haarlem (SG) 2022
Voorlopig Leiden (SG) 2022
Voorlopig 's-Gravenhage (SG) 2022
Voorlopig Rotterdam (SG) 2022
Voorlopig Dordrecht (SG) 2022
Voorlopig Breda (SG) 2022
Voorlopig Tilburg (SG) 2022
Voorlopig 's-Hertogenbosch (SG) 2022
Voorlopig Eindhoven (SG) 2022
Voorlopig Geleen/Sittard (SG) 2022
Voorlopig Heerlen (SG) 2022
Voorlopig Maastricht (SG) 2022
Voorlopig Buitenland (SG) 2022
Voorlopig Niet in te delen (SG) 2022
Voorlopig Geen grootstedelijke agglomeratie (GA) 2022
Voorlopig Groningen (GA) 2022
Voorlopig Leeuwarden (GA) 2022
Voorlopig Zwolle (GA) 2022
Voorlopig Enschede (GA) 2022
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens die mede als grondslag dienen bij het bepalen van de hoogte van de Algemene Uitkeringen aan gemeenten en provincies.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bepaalt deze uitkeringen aan gemeenten en provincies aan de hand van verdeelmodellen. De hiervoor gebruikte eenheden die het CBS levert voor de definitieve en voorlopige cijfers van de maatstaven worden beschreven in de 'Toelichting op de berekeningen van de uitkeringen uit het gemeentefonds 1997 e.v. jaren', uitgave Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Het aantal inwoners in stedelijke en landelijke gebieden wordt berekend ten behoeve van het verdeelstelsel gehanteerd door het Provinciefonds. Dit verdeelstelsel is op 1 januari 1998 in werking getreden (Staatsblad, 1997, 526).

Met ingang van verslagjaar 2016 worden er door CBS geen gegevens meer gepubliceerd over grootstedelijke agglomeraties en stadsgewesten.
Door diverse maatschappelijke ontwikkelingen zijn de filosofie en methode die ten grondslag liggen aan de afbakening niet langer actueel.
Daarnaast blijkt dat andere instanties, afhankelijk van het toepassingsgebied, een afwijkende indeling van grootstedelijke agglomeraties en stadsgewesten hanteren, waardoor er niet meer gesproken kan worden van één standaard.

De herindeling van gemeenten Amsterdam en Weesp tot de nieuwgevormde gemeente Amsterdam vindt plaats op 24 maart 2022.
In de “Wet van 9 juni 2021 tot herindeling van de gemeenten Amsterdam en Weesp” wordt bij berekening van de Algemene Uitkering afgeweken van de ingangsdatum van herindeling en uitgegaan van nieuwvorming van Amsterdam per 1 januari 2022.
In deze tabel wordt daarom uitgegaan van nieuwvorming van de gemeente Amsterdam per 1 januari 2022 en wordt het grondgebied van Weesp toegevoegd aan COROP 23 in plaats van COROP 24.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2007.

Status van de cijfers:
Er worden zowel voorlopige als definitieve cijfers gepubliceerd.

De onderwerpen: belastingcapaciteit woningen, belastingcapaciteit niet-woningen en amendement De Pater kunnen door nagekomen berichten ondanks de status definitief alsnog worden aangepast.

Wijzigingen per 28 juli 2022:
Bij het vaststellen of iemand tot een minderheid behoort is in de vorige versie (cijfers 2021) een deel van de groep minderheden onterecht buiten beschouwing gelaten. Het aantal minderheden in heel Nederland is hierdoor in totaal met ongeveer 23 duizend onderschat. Voor praktisch alle gemeenten blijkt het juiste aantal minderheden in 2021 in werkelijkheid hoger te liggen. Dit is in deze versie gecorrigeerd. Voor meer informatie zie paragraaf 3.
Definitieve cijfers over Minderheden 2022 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers worden onregelmatig gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Vastgoed
De volgende cijfers zijn opgenomen;
- De belastingcapaciteit van WOZ-objecten woningen en niet-woningen en de waardevermindering op de niet-woningen. Door nagekomen berichten van gemeenten kunnen deze cijfers ondanks de status definitief alsnog worden aangepast.
- De voorraadcijfers uit het Woningregister t/m 2012, uitgesplitst naar woningen, wooneenheden, recreatiewoningen en bijzondere woongebouwen.
- De voorraadcijfers uit de BAG met ingang van 2015, uitgesplitst naar woningen, woningen met logies en utiliteit (niet-woningen) met logies.
Belastingcapaciteit woningen
De belastingcapaciteit wordt bepaald aan de hand van de som van de in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) vastgestelde waarden van de objecten waarover door de gemeente onroerendezaakbelasting (OZB) kan worden geheven. Woningen betreffen de onroerende zaken die tot woning dienen, bedoeld in artikel 220, onderdeel b, van de Gemeentewet.
In de belastingcapaciteit worden ook meegenomen de waarden van de objecten waarvan de gemeenten op vrijwillige basis vrijstelling van OZB verlenen.

WOZ-objecten woningen worden onderscheiden in:
- Woning dienend tot hoofdverblijf (WOZ-objectcode 10)
- Woning met praktijkruimte (WOZ-objectcode 11)
- Recreatiewoningen en overige woningen (WOZ-objectcode 12)

De waardepeildatum verslagjaar 2007 is 1 januari 2005.
De waardepeildatum verslagjaar 2008 is 1 januari 2007.
Vanaf 2008 worden onroerende goederen getaxeerd naar de waarde van 1 januari van het voorgaande jaar.


Belastingcapaciteit niet-woningen
De belastingcapaciteit wordt bepaald aan de hand van de som van de in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) vastgestelde waarden van de objecten waarover door de gemeente onroerendezaakbelasting (OZB) kan worden geheven. Niet-woningen zijn de overige onroerende goederen waarin in hoofdzaak bedrijfsmatige activiteiten worden uitgevoerd. In de belastingcapaciteit worden ook meegenomen de waarden van de objecten waarvan de gemeenten op vrijwillige basis vrijstelling van OZB verlenen.

WOZ-objecten niet-woningen worden onderscheiden in:
- Boerderijen (WOZ-objectcode 20)
- Niet-woningen deels in gebruik als woning (WOZ-objectcode 21)
- Niet-woningen (WOZ-objectcode 30)
- Uitgezonderd gebouwd object (WOZ-objectcode 31)
- Terreinen (WOZ-objectcode 40)

De waardepeildatum verslagjaar 2007 is 1 januari 2005.
De waardepeildatum verslagjaar 2008 is 1 januari 2007.
Vanaf 2008 worden onroerende goederen getaxeerd naar de waarde van 1 januari van het voorgaande jaar.
Amendement De Pater
Het bedrag waarmee de belastingcapaciteit voor niet-woningen verminderd moet worden in verband met het buiten aanmerking laten van het woondeel bij gemengde panden.
Het amendement De Pater-van der Meer beoogt huishoudens met een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, te laten profiteren van de afschaffing van het gebruikersdeel op woningen, in het kader van de Wet 'Afschaffing gebruikersdeel OZB op woningen'.
Vastgoed, bron Woningregister
Bevat voorraadcijfers gebaseerd op het Woningregister.
De cijfers zijn uitgesplitst naar woningen, wooneenheden, recreatiewoningen en bijzondere woongebouwen.

Cijfers zijn beschikbaar t/m 2012. Vanaf 2012 leidt het CBS gegevens over de woningvoorraad af uit de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). Deze cijfers sluiten niet aan op de cijfers van het Woningregister.
Woningvoorraad
Totaal aantal woningen op 1 januari.

Een woning is een tot bewoning bestemd gebouw dat, vanuit bouwtechnisch oogpunt gezien, blijvend is bestemd voor permanente bewoning door één particulier huishouden.

Om als woning geclassificeerd te worden moet het tot bewoning bestemd gebouw aan vier criteria voldoen:
1 - Het gebouw dient zodanig te zijn gebouwd of verbouwd dat het voor particuliere bewoning geschikt is;
2 - Het gebouw dient te zijn voorzien van een eigen toegangsdeur die hetzij direct vanaf de openbare weg, hetzij via een gemeenschappelijke ruimte (zoals portiek, galerij, trappenhuis of corridor) toegang biedt tot de woonruimte;
3 - Het gebouw dient ten minste 14 m2 aan verblijfsruimte te bevatten. De verblijfsruimte wordt tussen de muren gemeten en is de in de woning gelegen ruimte, bestemd voor het verblijven van mensen, zoals keuken, woonkamer(s), slaapkamer(s), werk- en hobbykamer(s) e.d. Niet tot de verblijfsruimte behoren de verkeersruimte, toiletruimte, badruimte, bergruimte of technische ruimte;
4 - Het gebouw dient te beschikken over een toilet en over een keukeninrichting die is bestemd voor bereiding van complete maaltijden.
Een specifieke groep woningen wordt gevormd door de zogenaamde bedrijfswoningen, die volgens de bouw zowel bestemd zijn voor bewoning door een particulier huishouden als voor de uitoefening van een bepaald beroep of bedrijf.
Er zijn twee soorten bedrijfswoningen, de boerderij of tuinders- woning en de woning met winkel en/of werkplaats.
Criteria 2 en 4 voor woningen zijn aangepast aan enkele specifieke eigenschappen van bedrijfswoningen.
Naast de bouwtechnische criteria kan er ook sprake zijn van een juridisch criterium.

De woningvoorraadcijfers zijn gebaseerd op de Volks- annex woningtelling van 28 februari 1971 en een tussentijdse enquête bij de gemeenten per ultimo 1975 en de daarna door de gemeenten aan het CBS gemelde mutaties. De voorraadcijfers zijn met ingang van 1992 gebaseerd op de administratieve woningtelling met peildatum 1-1-1992 en de daarna door de gemeenten aan het CBS gemelde mutaties.
Wooneenhedenvoorraad
Totaal aantal wooneenheden per 1 januari.

Een tot bewoning bestemd gebouw dat, vanuit bouwtechnisch oogpunt gezien, blijvend is bestemd voor permanente bewoning door een particulier huishouden.
Het voldoet aan alle criteria die van toepassing zijn op woningen, behalve aan het hebben van een keukeninrichting die bestemd is voor het bereiden van complete maaltijden en/of het hebben van een toilet. Wel moet de ruimte gelegen zijn in een gebouw dat ter compensatie van deze aan de wooneenheid ontbrekende elementen gemeenschappelijke voorzieningen bevat.

Om als wooneenheid geclassificeerd te worden moet het tot bewoning bestemd gebouw aan zes criteria voldoen:
1 - Het deel van een tot bewoning bestemd gebouw dient zodanig te zijn gebouwd of verbouwd dat het voor particuliere bewoning geschikt is.
2 - Het deel van een tot bewoning bestemd gebouw dient te zijn voorzien van een eigen toegangsdeur die hetzij direct vanaf de openbare weg, hetzij via een gemeenschappelijke ruimte (zoals portiek, galerij, trappenhuis, corridor) toegang biedt tot de woonruimte.
3 - Het deel van een tot bewoning bestemd gebouw dient ten minste 14 m2 aan verblijfsruimte te bevatten.
4 - Het gebouw waarin de wooneenheid gelegen is, dient te beschikken over een (gemeenschappelijke) toilet en/of over een (gemeenschappelijke) keukeninrichting die is bestemd voor de bereiding van complete maaltijden.
5 - Het gebouw waarin de wooneenheid gelegen is, is gebouwd of verbouwd met bestemming "bewoning door meerdere particuliere huishoudens".
6 - Het deel van een tot bewoning bestemd gebouw bevindt zich niet in een bedrijfsgebouw voor de horeca of in een bijzonder woongebouw.

Tot 1992 waren hierin ook de wooneenheden gelegen in bejaardenhuizen e.d. opgenomen.
Vanaf 1992 zijn eenheden hierin niet meer opgenomen maar zijn deze opgenomen in de capaciteit bijzondere woongebouwen.
De voorraadcijfers zijn gebaseerd op de inventarisatie per 1-1-1984 en de daarna door de gemeenten aan het CBS gemelde mutaties.
De voorraadcijfers zijn met ingang van 1992 gebaseerd op de administratieve woningtelling met peildatum 1-1-1992 en de daarna door de gemeenten aan het CBS gemelde mutaties.
Recreatiewoningvoorraad
Totaal aantal recreatiewoningen per 1 januari.

Een tot bewoning bestemd gebouw dat gelegen is op een officieel voor recreatie aangewezen terrein en/of bestemd is voor bewoning gedurende de vakantie.
Een recreatiewoning voldoet aan alle criteria die gelden voor woningen, maar niet noodzakelijk aan criterium 3, vanwege het feit dat een recreatiewoning niet geschikt hoeft te zijn voor bewoning gedurende het gehele jaar. Daarnaast geldt dat de woning of voor vakantiedoeleinden is bestemd of gelegen is op een officieel voor recreatie aangewezen terrein.

De recreatiewoning voorraadcijfers zijn met ingang van 1992 gebaseerd op de uitkomsten van de administratieve woningtelling met peildatum 1 januari 1992 en de daarna door de gemeenten aan het CBS gemelde mutaties.
Capaciteit bijzonder woongebouwen
Onder woonruimte capaciteit bijzondere woongebouwen wordt verstaan; het aantal plaatsen dat in het gebouw aanwezig is voor permanente huisvesting en bedrijfsmatige huishoudelijke verzorging van een verzameling personen. Een gebouwencomplex, gebouw of deel van een gebouw, dat volgens de bouw of verbouw blijvend is bestemd voor permanente bewoning door een institutioneel huishouden.

Om als bijzonder woongebouw geclassificeerd te worden moet een tot bewoning bestemd gebouw aan de volgende criteria voldoen:
1 - Het gebouw of gebouwencomplex heeft één adres.
2 - Het gebouw of gebouwencomplex is bestemd voor permanente bewoning.
3 - Het gebouw of gebouwencomplex is in gebruik door één rechtspersoon.
4 - Deze rechtspersoon valt binnen één van de volgende bedrijfsgroepen:
- penitentiaire inrichtingen,
- kloosters e.d.,
- opleidingsinternaten,
- gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening (psychiatrische inrichtingen, bejaardenoorden, verpleeghuizen, e.d.).
5 - De rechtspersoon gebruikt het gebouw of gebouwencomplex voor permanente huisvestingen en bedrijfsmatige huishoudelijke verzorging van een verzameling personen.

De capaciteit bijzondere woongebouwen is m.i.v. van 1992 gebaseerd op de uitkomsten van de administratieve woningtelling met peildatum 1 januari 1992 en de daarna door de gemeenten aan het CBS gemelde mutaties.
Vastgoed, bron BAG
Bevat voorraadcijfers gebaseerd op de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). De cijfers zijn uitgesplitst naar woningen, woningen met logies en utiliteit (niet-woningen) met logies.

Cijfers zijn beschikbaar vanaf 2015.

Tot en met 2012 komen gegevens over de woningvoorraad uit het Woningregister. Deze cijfers sluiten niet aan op de cijfers uit de BAG.
Over de jaren 2013 en 2014 zijn door het CBS geen cijfers geleverd ten behoeve van de uitvoering van de Financiële-verhoudingswet. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft in de overgangsfase van Woningregister naar de BAG een eigen methodiek toegepast voor de berekening van de Financiële Maatstaven die betrekking hebben op woningen.

In sommige gemeenten kan het aantal bij Woningen en Niet-woningen met Logiesfunctie met stand 1 januari 2017 veel verschillen met vorige jaren als gevolg van twee besluiten:
- Op 16 oktober 2013 is een besluit genomen over de afbakening van verblijfsobjecten in studentencomplexen. Het gevolg is dat gemeenten studentencomplexen voor 31 december 2016 moeten afbakenen op basis van de reguliere afbakeningsvoorschriften.
- Op 16 juni 2016 heeft het ministerie van IenM een brief aan de colleges van Burgemeester en Wethouders gestuurd met informatie over de omgang met stacaravans en nadere richtlijnen voor toepassing van het pandbegrip in de BAG. Gemeenten moeten deze aanscherping van het pandbegrip voor 1 december 2016 verwerkt hebben in de BAG.
Zie hiervoor het Objectenhandboek met de oplegnotitie 'Nadere richtlijnen begrip pand in de BAG' d.d. juni 2016 en 'Oplegnotitie bij het besluit BAG BAO t.a.v. studentencomplexen' d.d. november 2013.
Woning totaal
De kleinste binnen één of meer panden gelegen en voor woondoeleinden geschikte eenheid van gebruik, ontsloten via een eigen toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte.

Voorbeelden zijn vrijstaande woningen, eengezinswoningen, flat- of portiekwoningen, studentenhuizen.
Alle verblijfsobjecten met minimaal een woonfunctie en eventueel een of meer andere gebruiksfuncties worden als woning aangemerkt.
Woning met functie: logies
Een woning met een logiesfunctie.

Het gaat om alle verblijfsobjecten met een woon- en een logiesfunctie.
Verblijfsobjecten met eventueel een of meer andere gebruiksfuncties naast deze twee worden niet meegeteld.
Niet-woning met functie: logies
Verblijfsobject voor het bieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak aan personen die elders hun hoofdverblijf hebben.

Bijvoorbeeld: zomerhuisje, hotel, motel, kampeerboerderij, recreatiewoning, pension.
Het gaat om alle verblijfsobjecten met alleen een logiesfunctie.
Verblijfsobjecten met eventueel een of meer andere gebruiksfuncties worden niet meegeteld.