Tijdreeksen sociale zekerheid

Tabeltoelichting


De tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van de aantallen uitkeringen en uitgekeerde bedragen in het kader van diverse verzekeringen en voorzieningen op het terrein van de sociale zekerheid.
De uitkeringen en uitgekeerde bedragen worden uitgesplitst naar periode (jaren). De uitkeringen zijn de uitkeringen ultimo december, de getoonde bedragen betreffen de som van de uitgekeerde bedragen in een jaar.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Een klein aantal reeksen heeft als startpunt 1900 en beslaat de volledige periode tot en met heden, een groter aantal start in de loop van de twintigste eeuw. De jaren voor het startpunt zijn met een '.' aangegeven.
Vooral in de langere tijdreeksen kunnen onderbrekingen voorkomen. Allerlei oorzaken kunnen hieraan ten grondslag liggen zoals herberekening van cijfers of een gewijzigd inzicht, veranderingen in statistische indelingen en dergelijke.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief.

Wijzigingen per 29-07-2022
Toegevoegd zijn de jaarcijfers 2021 van:
- de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen;
- de Ziektewet;
- de Algemene bijstandsuitkeringen;
- de IOAW-uitkeringen;
- de IOAZ-uitkeringen
- de BBZ-uitkeringen;
- de AKW-gerechtigden;
- de AKW-telkinderen;
- de AOW-uitkeringen;
- de Anw-uitkeringen;
- de WW-uitkeringen.
Toegevoegd zijn de uitgekeerde bedragen van:
- de AOW van 2021;
- de AKW van 2021;
- de AO van 2021;
- de WW van 2021.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers komen in medio 2023.

Toelichting onderwerpen

Uitkeringen sociale zekerheid
Aantallen uitkeringen in het kader van de sociale zekerheid.
In de tabel gaat het om uitkeringen in het kader van ziekte, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, AOW, Anw, AKW, algemene bijstand, IOAW, IOAZ, BBZ en de kunstenaarsregelingen (BKR, WIK en WWIK).
Het betreffen uitkeringen ultimo december van een verslagjaar.
Ziektewet
De Ziektewet is in 1930 in werking getreden. Sindsdien heeft de wet ingrijpende wijzigingen ondergaan.
De gegevens tot 1997 hebben uitsluitend betrekking op de omslagleden van de bedrijfsverenigingen, gelijk aan 80 procent van het totaal aan verzekerde mensjaren.
De cijfers over de uitkeringsgevallen geven de gemiddelde aantallen uitkeringen per dag aan.
Belangrijke wetswijzigingen:
- 1 januari 1994: 2 tot 6 weken loondoorbetaling door werkgever.
- 1 maart 1996: vangnetgroepen invoering WULBZ (Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij ziekte).
- 1 januari 2004: loondoorbetalingsverplichting uitgebreid naar 2 jaar.

De aantallen geven de situatie weer op 31 december.

Bronnen:
1930-1952: Overheid/Bedrijfsleven
1953-1996: Bedrijfsverenigingen
1997-2001: Uitvoeringsinstellingen
2002-heden: UWV.
Arbeidsongeschiktheid
Aantallen uitkeringen in het kader van de diverse arbeidsongeschiktheidsregelingen.

De aantallen hebben betrekking op de Ongevallenwetten 1901 en 1921 (de reeks 1901-1967), de Land- en Tuinbouwongevallenwet (de reeks 1922-1967), de Invaliditeitswet (reeks vanaf 1919), de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (reeks vanaf 1967) en de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (reeks vanaf 1976).
De cijfers tot en met 1966 hebben uitsluitend betrekking op blijvende ongevallenrenten aan getroffenen en invaliditeitsrenten.
Zo blijven buiten beschouwing: tijdelijke ongevallenuitkeringen, renten aan nabestaanden en ouderdomsrenten.
Vanaf 1967 zijn in deze publicatie de aantallen nog lopende invaliditeitsrenten geteld bij de aantallen WAO- en/of AAW-uitkeringsontvangers.
Sinds 1 januari 1998 zijn de regelingen volgens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) van kracht.
Met ingang van januari 1998 is de WAO ook van toepassing verklaard op het overheidspersoneel.
Vanaf 1 januari 2006 is voor nieuwe gevallen de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) van kracht geworden.
Ingaande 1 januari 2010 is de Wajong ingrijpend gewijzigd. De Wajong staat dan voor Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten.

Met de invoering van de Participatiewet in 2015 is er een nieuwe wet Wajong, de Wajong2015, in werking getreden. De Wajong2015 is alleen nog toegankelijk voor jonggehandicapten die duurzaam geen mogelijkheid hebben tot arbeidsparticipatie.

In verband met een herziening van de reeks zijn er afwijkingen mogelijk ten opzichte van eerdere versies.

De aantallen geven de situatie weer op 31 december.

Bronnen:
1900-1952: Overheid/Bedrijfsleven
1953-1996: Bedrijfsverenigingen
1997-2001: Uitvoeringsinstellingen
2002-heden: UWV
AOW
Aantallen uitkeringen in het kader van de Algemene Ouderdomswet (AOW).

De gegevens zijn ultimo-cijfers over de aantallen pensioenuitkeringen als gevolg van de Noodwet Ouderdomsvoorziening (reeks 1947-1956) en de Algemene Ouderdomswet (reeks vanaf 1957).
De Ouderdomswet 1919 is hier geheel buiten beschouwing gebleven. Hetzelfde geldt voor uitkeringen/renten op grond van verwante regelingen.
Belangrijke wetswijzigingen:
Per 1 april 1985 heeft in de AOW, een algemene volksverzekering voor een welvaartsvast ouderdomspensioen bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd, een aanpassing plaatsgehad conform de EG-richtlijnen over de gelijke behandeling van man en vrouw.
De gehuwde man en vrouw hebben sindsdien ieder een zelfstandig recht op ouderdomspensioen als zij 65 jaar of ouder zijn.
Het pensioen is gesteld op 50% van het netto-minimumloon.
In de jaren voor 1985 werd onderscheid gemaakt tussen een uitkering voor gehuwden en een uitkering voor ongehuwden. De cijfers zijn vanaf dat moment daarom niet zonder meer vergelijkbaar met die van voorgaande jaren.
Vanaf 1 januari 2013 wordt de AOW-leeftijd jaarljiks met een of meerdere maanden verhoogd en wordt op termijn gekoppeld aan de levensverwachting.

De aantallen geven de situatie weer op 31 december.

Bronnen:
1947-1955: Rijksverzekeringsbank
1956-1985: SVB en de Raden van Arbeid
1986-2006: SVB
2007-heden: CBS
Anw
Aantallen uitkeringen in het kader van de Algemene Nabestaandenwet (Anw).
Met ingang van 1 juli 1996 is de Algemene Nabestaandenwet (Anw) van kracht. De wet vervangt de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW), die op 1 oktober 1959 in werking trad.
Er zijn drie belangrijke verschillen tussen de AWW en Anw :
1. De leeftijdsgrens (AWW) als criterium voor het recht op een uitkering, werd vervangen door het geboortejaar (Anw);
2. De hoogte van de nabestaandenuitkering werd afhankelijk van het inkomen;
3. De maximum leeftijd waarop het recht op een wezenuitkering bestaat, werd voor kinderen die studeren of het huishouden verzorgen, teruggebracht van 27 jaar naar 21 jaar.

Per 1 oktober 2013 is het recht op een halfwezenuitkering vervallen. Nabestaanden met een kind jonger dan 18 jaar krijgen vanaf die datum recht op een hoog nabestaandenuitkering van 90% van het wettelijk minimumloon en de nabestaanden zonder kinderen op een laag nabestaandenuitkering van 70% van het wettelijk minimumloon.

De aantallen geven de situatie weer op 31 december.

Bronnen:
Tot en met 2007: SVB
2008-heden: CBS
Algemene bijstandsuitkeringen
Het aantal uitkeringen in het kader van periodiek algemene bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (reeks 1965-1995), de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (reeks 1965-1995), de nieuwe Algemene bijstandswet (reeks 1996-2003), de Wet werk en bijstand (reeks 2004-2014) en de Participatiewet (reeks 2015 tot heden).
Van 1 oktober 2009 tot 1 januari 2012 zijn uitkeringen op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ) bij het aantal WWB-uitkeringen opgeteld.

De aantallen geven de situatie weer op 31 december.
IOAW-uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW).

De IOAW biedt oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers een inkomensgarantie op het niveau van het sociaal minimum of het niveau van het laatst genoten loon.
De wet wordt op termijn afgesloten. Alleen personen geboren voor 1 januari 1965 kunnen nog in de IOAW instromen.
De uitkering wordt stopgezet bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

De aantallen geven de situatie weer op 31 december.
IOAZ-uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere zelfstandigen en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).
De IOAZ biedt oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen een inkomensgarantie op het niveau van het sociaal minimum.
De uitkering wordt stopgezet bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

De aantallen geven de situatie weer op 31 december.
BBZ-uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van het Bijstandsbesluit Zelfstandigen 2004.
Het BBZ biedt zelfstandigen die het voortbestaan van hun bedrijf bedreigd zien vanwege (tijdelijke) financiële problemen een mogelijkheid tot ondersteuning. Bijvoorbeeld via een renteloze lening, een starterskrediet of een aanvulling op het inkomen tot bijstandsniveau.

De aantallen geven de situatie weer op 31 december.
BKR/WIK/WWIK-uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR, 1954 tot 1987), Wet inkomensvoorziening kunstenaars (WIK, 1999 tot 2005) en de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK, 1 januari 2005 tot 1 januari 2012).
Doel van de WWIK was kunstenaars bij aanvang en/of tijdens terugval in inkomsten financieel te ondersteunen voor maximaal vier jaar, vallend binnen een periode van tien jaar.
Uitgekeerde bedragen sociale zekerheid
Uitgekeerde bedragen in het kader van de sociale zekerheid.
In de tabel gaat het om bedragen in verband met arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, werkloosheidsuitkeringen, AOW-uitkeringen, AKW-uitkeringen, uitkeringen op grond van ziektekostenverzekering, uitkeringen op grond van de Algemene bijstandswet (excl. RWW) en rechtstreekse betalingen.
De gegevens over de uitgekeerde bedragen sluiten zoveel mogelijk aan op die over de aantallen uitkeringen.

Het in een verslagjaar getoonde bedrag is de som van alle uitgekeerde bedragen in dat verslagjaar.
Arbeidsongeschiktheid
Uitgekeerde bedragen in het kader van de arbeidsongeschiktheid.
De bedragen zijn samengesteld uit uitkeringsbedragen voor alle voor de betreffende jaren lopende regelingen.

In tegenstelling tot de aantallen uitkeringen zijn bij de bedragen de uitkeringsbedragen in verband met ziekte i.c. de ziektewet inbegrepen.
De uitgekeerde bedragen in het kader van ziekte hebben voor de jaren 1930-1947 uitsluitend betrekking op de uitvoering van de Ziektewet.

Verder zijn opgenomen de uitgekeerde bedragen in het kader van de Ongevallenwetten 1901 en 1921 (reeks 1901-1967), de Land- en Tuinbouwongevallenwet (reeks 1922-1967), de Invaliditeitswet (reeks vanaf 1919), Wetten tot aanvulling van ongevallenrenten (reeks 1950-1967), Wet tot aanvulling van renten volgens de Invaliditeitswet (reeks 1950-1962), Interimwet Invaliditeitsrentetrekkers (reeks 1963-1974), de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (reeks vanaf 1967) en de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (reeks vanaf 1976).
Vanaf 1 januari 1998 bestaan de regelingen uit: de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ).
Per 1 augustus 2004 is de WAZ afgeschaft. Lopende WAZ-uitkeringen blijven nog wel doorlopen.
Per 1 januari 2006 is de WAO opgevolgd door de Wet Werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Bestaande WAO-uitkeringen blijven wel doorlopen.
De uitgekeerde bedragen in het kader van de WIA zijn met ingang van 2006 in het totaal bedrag opgenomen.
Ingaande 1 januari 2010 is de Wajong ingrijpend gewijzigd. De Wajong staat dan voor Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten.

Met de invoering van de Participatiewet in 2015 is er een nieuwe wet Wajong, de Wajong2015, in werking getreden. De Wajong2015 is alleen nog toegankelijk voor jonggehandicapten die duurzaam geen mogelijkheid hebben tot arbeidsparticipatie.

Het in een verslagjaar getoonde bedrag is de som van alle uitgekeerde bedragen in dat verslagjaar.

Bronnen: Jaarverslagen en registraties van de uitvoeringsinstellingen van de sociale zekerheid en overheidsadministraties.
Werkloosheid
De uitgekeerde bedragen hebben betrekking op de Werkloosheidswet (WW), de Wet Werkloosheidsvoorziening (WWV), de Rijksgroepsregeling Werkloze Werknemers (RWW), en de Uitgekeerde bedragen inclusief loonsuppletie.

Het in een verslagjaar getoonde bedrag is de som van alle uitgekeerde bedragen in dat verslagjaar.

Bronnen: Jaarverslagen (sociale verzekering, pensioenverzekering, levensverzekering) en overheidsadministraties.
AOW
De uitgekeerde bedragen hebben betrekking op de volgende regelingen:
- Noodwet Ouderdomsvoorziening (reeks 1948-1956);
- Algemene Ouderdomswet (reeks vanaf 1957);
- Algemene Weduwen- en Wezenwet (reeks 1959-1996);
- Vervroegde uittredingsfondsen (reeks vanaf 1977);
- Algemene Nabestaandenwet (reeks vanaf 1997).

Het in een verslagjaar getoonde bedrag is de som van alle uitgekeerde bedragen in dat verslagjaar.
Per verslagjaar 2015 worden de AOW-bedragen bepaald door het CBS. Door technische bewerkingen kunnen de bedragen marginaal verschillen van de bedragen die de SVB publiceert.

Bronnen:
Jaarverslagen (sociale verzekering, pensioenverzekering, levensverzekering) en overheidsadministraties (SVB).
2015-heden: CBS
AKW
In afwijking van wat werd opgemerkt over de reeksen Kinderbijslagwetten onder "Sociale zekerheid: uitkeringen" hebben de hier gepresenteerde cijfers ook betrekking op de Kinderbijslagwet voor rentetrekkers.

Het in een verslagjaar getoonde bedrag is de som van alle uitgekeerde bedragen in dat verslagjaar.
Per verslagjaar 2015 worden de AKW-bedragen bepaald door het CBS. Door technische bewerkingen kunnen de bedragen marginaal verschillen van de bedragen die de SVB publiceert.

Bronnen:
Jaarverslagen (sociale verzekering, pensioenverzekering, levensverzekering) en overheidsadministraties (SVB).
2015-heden: CBS
Ziektekostenverzekering
De vermelde bedragen zijn totalen van de bedragen uitgekeerd in het kader van de volgende regelingen:
- Ziekenfondsenbesluit (reeks 1941-1965) of Ziekenfondswet (reeks vanaf 1966), zowel de verplichte verzekering als de vrijwillige bejaarden- en aanvullende verzekering;
- Wet op de Ziekenfondsverzekering voor bejaarden (reeks 1957-1965);
- Ziekenfonds van het Algemeen Mijnwerkersfonds (reeks tot en met 1962, daarna ondergebracht bij Ziekenfondswet);
- Ziekenkas Beambtenfonds Mijnbedrijf (per 1 januari 1971 opgeheven);
- Dienst Geneeskundige Verzorging Politie;
- Instituten Ziektekostenvoorziening Ambtenaren en Interprovinciale Ziektekostenregeling;
- Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (reeks vanaf 1968).

Het in een verslagjaar getoonde bedrag is de som van alle uitgekeerde bedragen in dat verslagjaar.

Bronnen: Jaarverslagen (sociale verzekering, pensioenverzekering, levensverzekering) en overheidsadministraties.
Algemene Bijstandswet (excl. RWW)
De uitgekeerde bedragen op basis van de Algemene bijstandswet.

Reeks 1900-1963: Netto uitgaven voor armenzorg, inclusief beheerskosten.
Reeks 1965-1982: Algemene Bijstandswet, exclusief Rijksgroepsregeling.
Werkloze Werknemers; uitgekeerde bedragen exclusief beheerskosten.

Het in een verslagjaar getoonde bedrag is de som van alle uitgekeerde bedragen in dat verslagjaar.

Bronnen: Jaarverslagen (sociale verzekering, pensioenverzekering, levensverzekering) en overheidsadministraties.
Rechtstreekse betalingen
Het gaat hier met name om uitkeringsbedragen in verband met regelingen voor het personeel van de overheid en de overheidsbedrijven, die naar hun inhoud vergelijkbaar zijn met de sociale verzekeringswetten.

Het in een verslagjaar getoonde bedrag is de som van alle uitgekeerde bedragen in dat verslagjaar.

Bronnen: Jaarverslagen (sociale verzekering, pensioenverzekering, levensverzekering) en overheidsadministraties.
Pensioenverzekeringen
Overige sociale voorzieningen
De hier getoonde uitgekeerde bedragen worden betaald uit de algemene middelen van de overheid.
Het gaat om de volgende regelingen:
- Wet Sociale Werkvoorzieningsregeling (voor 1969 de Gemeentelijke Sociale Werkvoorzieningsregeling en de Sociale Werkvoorzieningsregeling voor hoofdarbeiders);
- Beeldende Kunstenaarsregeling (voor 1972 de Regeling Sociale Kunstopdrachten Beeldende Kunstenaars);
- Wet Uitkeringen Vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (voor 1973 de Rijksgroepsregeling Vervolgingsslachtoffers 1940-1945);
- Wet Buitengewoon Pensioen 1940-1945 (vanaf 1947);
- Algemene Oorlogsongevallenregeling (vanaf 1946);
- Pensioenen Voormalig Overheidspersoneel Overzeese Gebiedsdelen;
- Kostwinners;
- Inkomstenvergoeding Militairen;
- Wet Eenmalige Uitkering (vanaf 1981);
- Gezinsverzorging en Gezinshulp;
- Toeslagenwet (vanaf 1987);
- Wetten Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werklozen (IOAW en IOAZ);
- Toeslagen aan deelnemers regionale werkplaatsen voor vakopleiding;
- Individuele huursubsidies;
- Uitkeringen in verband met wederaanpassingsmaatregelen mijnindustrie;
- Huurtoeslagen - krottenbewoners en geldelijke steundoorstroming;
- Periodieke uit- en saneringsfondsen.

Het in een verslagjaar getoonde bedrag is de som van alle uitgekeerde bedragen in dat verslagjaar.

Bronnen: Jaarverslagen (sociale verzekering, pensioenverzekering, levensverzekering) en overheidsadministraties.