Gemeentelijke begraafplaatsen en overige begraaftaken

Op grond van artikel 33 van de Wet op de lijkbezorging moet iedere gemeente ten minste een gemeentelijke begraafplaats hebben. Van deze verplichting kan door Gedeputeerde Staten ontheffing worden verleend als een kerkelijke begraafplaats ook niet-leden de gelegenheid biedt tot begraven, een stichting of kerkgenootschap de algemene begraafplaats beheert of aan de verplichting wordt voldaan via samenwerking met een andere (buur)gemeente.

De lasten die voorvloeien uit deze verplichting betreffen voornamelijk het beheer en onderhoud van (gemeentelijke) begraafplaatsen. Overige lasten zijn o.a. de lasten van begraven van een overledene als niemand van de nabestaanden in de lijkbezorging voorziet en het registreren van overlijden.

De baten bestaan voor het overgrote deel uit lijkbezorgingsrechten. Dit zijn doelheffingen die de gemeente kan heffen voor het gebruik van een gemeentelijke begraafplaats of crematorium en voor de daarmee door de gemeente verleende diensten. Overige baten zijn bijvoorbeeld huur- en pachtopbrengsten.

Terug naar artikel