Neveninkomens naar sociaaleconomische categorie

foto jonge ober met een dienblad met drinken in een horecagelegenheid
Dit artikel in de CBS-reeks Statistische Trends geeft een overzicht van neveninkomens bij scholieren en studenten, werknemers, zelfstandigen, uitkeringsontvangers en pensioenontvangers. Hoe hoog is het aandeel dat een neveninkomen heeft? Om welk soort inkomen gaat het vooral? En hoe verhoudt het tweede inkomen zich tot het totale bruto-inkomen?
Van de 13,5 miljoen mensen van 15 jaar of ouder met een eigen inkomen in 2018 had ruim driekwart alleen een hoofdinkomen, 23 procent had daarnaast een neveninkomen. Het zijn vooral scholieren en studenten die bijverdienen. Van de scholieren en studenten met een eigen inkomen hadden ruim 9 op de 10 bijverdiensten. Daarmee zijn ze goed voor 40 procent van alle personen met een neveninkomen. Pensioenontvangers en werknemers hebben het minst vaak een tweede inkomen: respectievelijk 11 en 14 procent. Bij ruim de helft van de personen met neveninkomen ging het om loon als werknemer, bij bijna een kwart betrof het een uitkering.

Downloads