Rendementen en CO2-emissie van elektriciteitsproductie in Nederland, update 2018

© Nikki van Toorn (CBS)
Bij de productie van elektriciteit wordt in veel gevallen gebruik gemaakt van fossiele brandstoffen, wat leidt tot emissies van CO2. Voor evaluatie van energie- en klimaatbeleid is het nuttig om het fossiele energieverbruik en de CO2-emissies per eenheid geproduceerde elektriciteit te berekenen. Deze omrekening is verre van triviaal, onder andere omdat de productie van elektriciteit vaak wordt gecombineerd met andere activiteiten zoals de productie van warmte.

Harmelink Consulting, Agentschap NL, ECN, CBS en PBL (2012) hebben mogelijke methodes voor de berekening van het fossiel (en nucleair) energieverbruik per eenheid geproduceerde/verbruikte elektriciteit en de CO2-emissie per eenheid geproduceerde/verbruikte elektriciteit beschreven en twee standaard methodes voorgesteld:

  • Een gemiddelde methode: de integrale methode
  • Een marginale methode: de referentieparkmethode

In de notitie “Berekening van de CO2-emissies, het primair fossiel energiegebruik en het rendement van elektriciteit in Nederland” worden deze methodes beschreven en wordt aangegeven voor welke doeleinden deze gebruikt kunnen worden.

Update 2018

De notitie Harmelink et al. (2012) bevat cijfers tot en met het verslagjaar 2010. Sindsdien bepaalt het CBS ieder jaar opnieuw de cijfers over de rendementen en CO2-emissies van elektriciteitsproductie. In dit CBS bericht zijn de gegevens over 2018 aan de reeks toegevoegd (tabel 1).

Uit de tabel volgt dat het rendement op fossiele brandstoffen volgens beide methoden in 2018 is toegenomen ten opzichte van 2017. Dit is vooral het gevolg van de gedaalde productie van elektriciteit uit steenkool, voor het grootste deel het gevolg van de uitgebruiknames van twee oude kolencentrales op de Maasvlakte medio 2017.

De stijging van het rendement volgens de integrale methode werd versterkt door een toename van de productie van hernieuwbare elektriciteit. Hernieuwbare elektriciteit telt wel in de teller van deze berekening maar niet in de noemer.

Volgens beide methoden is de CO2-emissie per eenheid geproduceerde elektriciteit duidelijk afgenomen. Dat heeft ook vooral te maken met de afgenomen productie van elektriciteit uit steenkool.