Werk en gezin belangrijkste migratiemotieven voor immigranten

Jonge arbeidskrachten uit Bulgarije, Polen en Letland oogsten een veld met ijsbergsla.
© Hollandse Hoogte / Flip Franssen
In 2018 kwamen 191 duizend immigranten naar Nederland die geen Nederlandse nationaliteit hadden. Voor de 110 duizend immigranten uit EU- of EFTA-landen (Liechtenstein, Noorwegen, IJsland en Zwitserland) was werk het belangrijkste migratiemotief. De 81 duizend immigranten die van buiten de EU/EFTA kwamen hadden gezinshereniging of -vorming als voornaamste reden. Dat blijkt uit cijfers van het CBS over migratiemotieven.

Verdeling migratiemotieven in 2008 en 2018Verdeling migratiemotieven in 2008 en 2018 2018 Arbeid 57 830 Gezin 51 540 Studie 32 585 Asiel 12 855 Overig 36 250 Verdeling migratiemotieven in 2008 en 2018Verdeling migratiemotieven in 2008 en 2018Gezin51 540Studie32 585Asiel12 855Overig36 25020082018Arbeid57 830

Na de EU-uitbreidingen van 2004 en 2007 werd arbeidsmigratie een steeds belangrijker motief voor EU- en EFTA-burgers. Sinds 2013 is werk belangrijker dan gezin als migratiemotief voor deze groep. Bijna 40 procent kwam in 2018 naar Nederland om te werken.

Afgeleid migratiedoel EU-/EFTA-burgers
JaarArbeid (1 000 immigranten)Gezin (1 000 immigranten)Studie (1 000 immigranten)Overig en onbekend (1 000 immigranten)
19997,728,611,213,96
20008,609,041,244,31
20018,219,321,444,49
20027,108,841,554,64
20035,617,941,984,55
20046,4710,413,176,46
20056,9910,073,677,05
20068,8411,574,287,27
200713,2715,745,4910,30
200817,9518,427,6113,08
200915,5517,738,6113,62
201017,3518,4610,7514,42
201119,7420,2812,5016,44
201219,6020,8913,6716,56
201322,2021,9810,8818,07
201429,0523,399,5219,70
201529,5223,4710,1219,17
201632,0224,7111,2320,71
201737,8325,8412,0823,89
201839,9824,3614,8030,69

Alle EU-/EFTA-burgers kunnen volgens de Europese wetgeving zonder tewerkstellingsvergunning in een EU-land aan het werk. Voor Polen en de andere landen die in 2004 lid werden van de EU geldt dat vanaf 2007, voor Bulgarije en Roemenië vanaf 2014. 

Voor mensen van buiten de EU/EFTA wordt het motief om naar Nederland te komen meer beïnvloed door beleidsmaatregelen en de politieke situatie elders in de wereld. De afgelopen twintig jaar was gezinshereniging en -vorming een grote drijfveer om naar Nederland te komen, samen met asielmigratie (1999-2002 en meer recent vanaf 2014). Tegelijkertijd liep het aantal arbeids- en studiemigranten geleidelijk op. In 2018 kwam een derde van de migranten van buiten EU/EFTA in het kader van gezinshereniging of -vorming naar Nederland, iets meer dan 20 procent kwam naar Nederland om te werken, nog eens ruim 20 procent om te studeren en iets meer dan 15 procent was asielmigrant. 

Zowel arbeidsmigranten als asielmigranten kunnen gezinsleden laten overkomen (partner en/of kinderen) in het kader van gezinshereniging. Gezinsleden van asielmigranten die gebruikmaken van de nareisregeling krijgen een asielvergunning en vallen onder de asielmigranten.

Migratiemotief niet-EU-/EFTA-burgers
JaarArbeid: kennismigrant (1 000 immigranten)Arbeid: overig (1 000 immigranten)Gezin: gezinsvorming (1 000 immigranten)Gezin: gezinshereniging (1 000 immigranten)Asiel (1 000 immigranten)Studie (1 000 immigranten)Overig (1 000 immigranten)
19994,8912,4311,0520,953,962,39
20005,4013,2512,0629,454,613,35
20016,031,6225,5227,116,164,14
20025,361,2527,7319,257,803,55
20035,721,3327,258,247,283,84
20040,044,022,6717,702,566,235,51
20051,303,668,2010,113,266,463,19
20062,923,555,2710,843,337,532,82
20074,043,355,008,524,877,423,18
20085,503,876,6610,508,108,184,28
20094,073,657,3711,629,398,605,20
20104,543,647,1811,647,939,114,98
20115,094,567,5010,926,819,754,60
20124,973,925,789,165,999,775,27
20135,413,725,8010,249,4810,563,92
20146,013,586,4510,8617,1011,022,75
20157,054,125,6711,7432,3513,372,89
20168,144,456,7113,5943,0814,562,94
20179,735,296,9917,5624,4116,383,82
201811,836,038,0819,1012,8617,795,57

Drie kwart van de arbeidsmigranten binnen tien jaar vertrokken uit Nederland

Niet alle immigranten vestigen zich voor langere tijd in Nederland. Dit is mede afhankelijk van de reden waarom een immigrant naar Nederland komt. Arbeids- en studiemigranten komen doorgaans voor kortere tijd, terwijl gezins- en asielmigranten meestal langere tijd blijven.
 
Van de EU-/EFTA-immigranten die in 1999 en 2009 naar Nederland kwamen om te werken was bijna drie kwart tien jaar later weer vertrokken. Van de studiemigranten uit de EU/EFTA die zich in 2009 in Nederland vestigden woonden 4 op de 5 in 2019 niet meer in Nederland.

Immigranten uit EU-/EFTA-landen binnen 10 jaar vertrokken, naar jaar van immigratie
Type migrant2009 (% binnen 10 jaar vertrokken)1999 (% binnen 10 jaar vertrokken)
Totaal70,472,1
Studie80,369,8
Arbeid72,274,6
Gezin55,464,1

Bijna 40 procent asielmigranten binnen 10 jaar vertrokken

Van de asielmigranten die in 2009 naar Nederland kwamen was bijna 40 procent binnen tien jaar vertrokken. Ze zijn teruggekeerd naar het land van herkomst of doorgereisd naar een ander land.

Voor arbeidsmigranten van buiten de EU-/EFTA-landen geldt vrijwel hetzelfde patroon als bij EU-/EFTA-arbeidsmigranten. Iets meer dan drie kwart van degenen die in 2009 naar Nederland kwamen was binnen tien jaar weer vertrokken.

Immigranten uit niet-EU-/EFTA-landen binnen 10 jaar vertrokken, naar jaar van immigratie
Type migrant2009 (% binnen 10 jaar vertrokken)1999 (% binnen 10 jaar vertrokken)
Totaal54,240,2
Studie84,477,0
Arbeid: kennismigrant 1)81,8
Arbeid: overig73,779,7
Gezinshereniging47,041,2
Asiel39,831,0
Gezinsvorming20,220,8
1) Kennismigrantenregeling werd in 2004 ingevoerd.