Een belangrijke indicator voor armoede is het inkomen dat een huishouden te besteden heeft. Armoede wordt vastgesteld aan de hand van twee inkomensgrenzen: de lage-inkomensgrens en de beleidsmatige grens. Er zijn gegevens beschikbaar over het aantal huishoudens en personen dat (langdurig) onder deze inkomensgrenzen verblijft. Soortgelijke cijfers zijn ook per gemeente aanwezig.
Naast meting van armoede op basis van het inkomen is ook informatie beschikbaar over de beleving van armoede. Het betreft hier onder meer informatie over hoe mensen zelf over hun inkomenssituatie oordelen.