Sociale verbanden en relaties, zijn op meerdere manieren belangrijk voor de kwaliteit van leven. Zo kunnen mensen hun netwerk gebruiken om hun eigen grenzen te verleggen (bijvoorbeeld om een partner of ander werk te vinden), ), activiteiten te ondernemen en werkt een netwerk corrigerend op zijn leden. Samenhorigheid binnen een buurt kan bovendien positieve externe effecten hebben, bijvoorbeeld doordat het remmend werkt op criminaliteit (sociale controle). Anderzijds kunnen er ook negatieve effecten ontstaan, bijvoorbeeld doordat groepen onderling rivaliseren of anderen uitsluiten. Eenzaamheid is een discrepantie tussen het gewenste en werkelijke aantal sociale contacten. Sociale verbanden en relaties hebben vooral een grote invloed op de perceptie van de kwaliteit van leven. Daarom is het van belang om inzicht te krijgen in zowel binding binnen groepen als tussen groepen.
Ook onbetaalde arbeid, zoals het verlenen van informele hulp, vrijwilligerswerk of de verzorging van kinderen valt binnen de dimensie sociale verbanden en relaties. Huisvesting valt eveneens binnen deze dimensie, omdat huisvesting in belangrijke mate de omstandigheden bepaalt waaronder veel activiteiten plaatsvinden en daarmee de kwaliteit van leven. Voor kinderen maakt het bijvoorbeeld uit of ze een eigen kamer hebben of hun kamer moeten delen als ze huiswerk maken. Huisvesting is daarmee onderdeel van de sociale omgeving.
Van activiteiten waaraan mensen deelnemen, ook buiten de sfeer van sociale verbanden en relaties, kan gezegd worden dat ze een voorspelbaar effect hebben op hun hedonistische ervaringen (positieve en negatieve gevoelens). Er zijn activiteiten waar mensen plezier in hebben en activiteiten waar dat minder voor geldt. De afwezigheid van bepaalde activiteiten kan de kwaliteit van leven sterk negatief beïnvloeden (bijv. een werkzoekende). Ook de mate waar iemand de keuze heeft om al dan niet aan bepaalde activiteiten deel te nemen draagt bij aan de kwaliteit van leven. Keuzes in tijdsbesteding die de ene persoon maakt, beïnvloeden bovendien de mogelijkheden en keuzes van anderen.
Indicatoren voor sociale verbanden en relaties kunnen alleen op betrouwbare wijze uit enquêtes worden afgeleid. Een voorbeeld is het aantal leden van een kerk als benadering van een kerkelijk netwerk. Dit aantal leden zegt in de praktijk weinig over het aantal praktiserende leden en nog minder over de sociale contacten tussen die leden. Belangrijke domeinen voor de dimensie sociale verbanden die door enquêtes kunnen worden afgedekt zijn sociaal vertrouwen, sociale uitsluiting, informele hulp, betrokkenheid op het werk, religieuze betrokkenheid en overbruggend sociaal kapitaal. Dit laatste domein gaat over de mate waarin mensen uit verschillende sociaal-culturele groepen met elkaar omgaan. Naast indicatoren voor informele hulp, vallen ook indicatoren voor andere vormen van onbetaalde arbeid zoals voor huishoudelijk werk en klussen, de verzorging van kinderen en boodschappen doen binnen deze dimensie.