CBS in internationaal perspectief
Voor statistiek is internationale vergelijkbaarheid van groot belang. Cijfers van Nederland moeten kunnen worden vergeleken met die van andere landen, als het bijvoorbeeld gaat om bevolkingsgegevens, economische ontwikkelingen, arbeidsmarkt of milieu. Daarom is het CBS actief in de internationale overlegfora van de Verenigde Naties, de OECD en vooral de Europese Unie. Europees beleid vraagt veel statistische informatie, bijvoorbeeld om de afdrachten van de lidstaten aan de EU te bepalen of te beoordelen of landen voldoen aan de vereisten van het Groei- en Stabiliteitspact. Ook andere beleidsinitiatieven, zoals de Lissabonstrategie, die erop gericht is om de economische groei en werkgelegenheid in Europa te bevorderen, vragen meer en beter vergelijkbare statistieken.
Het CBS is een internationaal erkend toonaangevend kennisinstituut en heeft ook de ambitie om actief te participeren en invloed uit te oefenen in Europese en internationale vergaderingen op allerlei niveaus. Naast participatie op strategisch niveau (European Statistical System Committee, U.N. Statistical Commission, Organisation Economic for Cooperation and Development (Statistisch Commité), Economic Commission for Europe/Conference of European Statisticians) wordt ook actief meegewerkt aan de ontwikkeling van methoden en technieken op velerlei beleidsterreinen. Dat gebeurt in comités, technische werkgroepen en Task Forces en in de besluitvorming over Europese regelgeving in de Raadswerkgroep. Daarnaast gaat het ook om de beïnvloeding van internationale afspraken en regelgeving en de vertaling daarvan naar het statistisch programma van het CBS.
Actuele thema’s
Het Europees Statistisch Systeem (ESS)
In de Europese Unie participeert het CBS in het Europees Statistisch Systeem (ESS). Dat wordt gevormd door het Statistisch Bureau van de EU, Eurostat, de nationale statistiekbureaus (zoals het CBS) en overige nationale producenten. Het CBS is voor Eurostat het nationale aanspreekpunt voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese Statistieken. De werking van het ESS is uitgewerkt in de Europese Verordening betreffende de Europese Statistiek van 31 maart 2009. Deze ‘Europese statistiekwet’ definieert de partners in het systeem, het functioneren van het ESScomité, hoe besluiten over uit te voeren statistieken tot stand komen en bevat bepalingen over de statistische geheimhouding. In het ESS is er veel aandacht voor het ontwikkelen van nieuwe methoden en technieken. Bijvoorbeeld in ESSnets, een soort centres of excellence. Daarin ontwikkelt een groepje landen methoden, die voor alle leden in het ESS beschikbaar komen.
Administratieve lasten reductie
Het terugdringen van administratieve lasten is een prioriteit voor het CBS en deze problematiek speelt niet alleen in Nederland, maar ook op Europees niveau. Daarvoor heeft de Europese Raad het actieprogramma voor administratieve lastenreductie goedgekeurd. Het doel van dit actieprogramma is het verminderen van de administratieve lasten voor bedrijven die voorkomen uit EU-wetgeving met 25% tegen 2012. De Europese statistiek maakt onderdeel uit als één van de prioritaire gebieden van dit actieprogramma. Vanaf het moment van de vaststelling van het actieprogramma zijn er op het terrein van de Europese statistiek reeds tal van initiatieven ondernomen. Op Europees niveau levert het CBS een actieve bijdrage om aan deze doelstelling te voldoen. Zo maakt het CBS steeds meer gebruik van bestaande registraties om waar mogelijk statistische enquêtes te vervangen door administratieve gegevens die al voor andere doeleinden worden gebruikt alsmede door maximaal gebruik te maken van IT technologie en methodologische innovatie.
Technische assistentie
Het beleid van het CBS ten aanzien van technische assistentieverlening aan derde landen wordt volgens de volgende criteria uitgevoerd. In principe mag technische assistentie, bijvoorbeeld in de vorm van studiebezoeken of langduriger hulpverleningsprojecten, verleend worden aan de landen van de Europese Unie, (beoogd) kandidaat-lidstaten en de voormalige en overzeese rijksdelen. Naast deze regionale afbakening worden thematische beperkingen aangebracht om de omvang van de technische assistentie binnen vooraf bepaalde grenzen te houden. Tevens worden overkoepelende criteria gehanteerd zoals goed bestuur van het verzoekende land en duurzaamheid van de te verlenen assistentie.