Wat behelst het onderzoek
Doel
Het onderzoek Bedrijfsopleidingen (2005) geeft informatie over de deelname van werknemers aan bedrijfsopleidingen, de kosten hiervan, het opleidingsbeleid van de bedrijven en de aanwezigheid van leerbanen.
Doelpopulatie
Het onderzoek is gehouden onder bedrijven met 10 of meer werknemers in de particuliere sector. Vanwege de internationale vergelijkbaarheid en te verwachten problemen bij de vraagstelling bleven het Openbaar bestuur, overheidsdiensten en verplichte sociale verzekeringsinstellingen (SBI 75), Onderwijs (SBI 80) en Gezondheids- en welzijnszorg (SBI 85) buiten beschouwing. Dat gold ook voor bedrijven in de Landbouw en Visserij (SBI 01-05).
Statistische eenheid
Bedrijven.
Het CBS onderhoudt een eigen bedrijvenregister waarin de Nederlandse bedrijven en ondernemingen worden beschreven als statistische eenheden. Binnen dit Algemeen bedrijvenregister (ABR) wordt voor een bedrijf een zogenoemde bedrijfseenheid afgeleid en vastgelegd.
Aanvang onderzoek
De eerste gegevens zijn in 1986 verzameld.
Frequentie
De huidige frequentie is onregelmatig. Eerder gehouden onderzoeken betreffen de jaren 1986, 1990, 1993 en 1999. De intentie is om vanaf 2005 het onderzoek iedere vijf jaar te laten plaatsvinden.
Publicatiestrategie
Zodra nieuwe cijfers beschikbaar zijn, worden deze toegevoegd aan de bestaande StatLinetabellen.
Hoe wordt het uitgevoerd
Soort onderzoek
Het onderzoek betreft een steekproefonderzoek. Voor dit onderzoek is op basis van SBI en bedrijfsomvang een gestratificeerde steekproef getrokken uit de onderzoekspopulatie. Bedrijven met 250 of meer werkzame personen zijn integraal in het onderzoek betrokken.
Waarnemingsmethode
Voor het onderzoek is primair gebruikt gemaakt van een elektronische vragenlijst die via e-mail uitgewisseld is met de bedrijven. Met speciale software die bedrijven ook gebruiken voor de invulling van andere CBS-statistieken kon de vragenlijst ingevuld en veilig verzonden worden. In het geval dat bedrijven aangaven voorkeur te hebben voor een papieren vragenlijst is deze per post toegezonden. In de uitgangssituatie werd aan circa 60 procent van de bedrijven een elektronische vragenlijst verzonden terwijl de overige 40 procent een papieren versie ontving. Later gaf een deel van de bedrijven die een elektronische vragenlijst hadden ontvangen de voorkeur aan een papieren vragenlijst. Uiteindelijk heeft 40 procent van de bedrijven een elektronische vragenlijst ingezonden en 60 procent een papieren versie.
Berichtgevers
De bedrijven verstrekken de gegevens aan het CBS.
Steekproefomvang
Het onderzoek is gehouden onder ongeveer 5 800 bedrijven.
Controle- en correctiemethoden
Opgaven van bedrijven zijn beoordeeld op plausibiliteit, volledigheid en consistentie.
Weging
De populatieschatting komt tot stand door voor de bedrijfseenheden per stratum (SBI 2-digit / grootteklasse combinatie) een ophoogfactor te bepalen door de populatie te delen door de respons.
Wat is de kwaliteit van de uitkomsten
Nauwkeurigheid
Voor deze statistiek wordt gebruik gemaakt van een representatieve en gestratificeerde steekproef. Het populatiekader zal echter nooit foutloos zijn. Als fouten worden overdekking, onderdekking en classificatiefouten onderscheiden. De overdekking bestaat uit bedrijfseenheden die ten onrechte in het kader zijn opgenomen, terwijl ze bijvoorbeeld niet meer bestaan of in een andere bedrijfseenheid zijn opgegaan. Onder de onderdekking wordt het ontbreken van bedrijfseenheden verstaan, bijvoorbeeld omdat zij met vertraging in het kader worden opgenomen. Classificatiefouten zijn onjuiste waarden van classificatiewaarden, zoals SBI en grootteklasse. Tussen het moment van steekproeftrekken en het publiceren van de resultaten zal een aantal fouten worden ontdekt. Deze fouten worden gecoördineerd verwerkt en de resultaten komen beschikbaar aan alle statistieken.
Volgtijdelijke vergelijkbaarheid
Het voorgaande onderzoek Bedrijfsopleidingen is gehouden over 1999. Dit onderzoek wijkt op een aantal punten af van het onderzoek over 2005. Zo is in 2005 mede om de enquêtebelasting beperkt te houden, niet gevraagd naar aantallen cursussen en de duur van de cursussen. Verder zijn in 2005 voor het eerst vragen gesteld over aantallen personen met een leerbaan en de kosten daarvan. Het onderzoek van 1999 is gebaseerd op mondelinge interviews, terwijl in 2005 gebruikgemaakt is van een benadering via e-mail of post.
De kosten/uitgaven aan cursussen of opleidingen in 2005 zijn niet rechtstreeks vergelijkbaar met eerdere gegevens. Bij voorgaande onderzoeken zijn ook de kosten van uren besteed aan cursussen of opleidingen onder werktijd en verleend studieverlof meegenomen bij de uitgaven aan cursussen of opleidingen, terwijl die in 2005 niet gevraagd zijn. Voor 2005 is op basis van de voor cursussen of opleidingen gebruikte arbeidsuren en de arbeidskosten per uur (totale arbeidskosten gedeeld door totale gewerkte uren in het bedrijf) wel een benadering van deze kosten gemaakt.
Ook in 1993 is onderzoek gedaan naar bedrijfsopleidingen. In tegenstelling tot in 2005 en 1999 zijn destijds ook bedrijven met 5 tot 10 werknemers onderzocht. Daarnaast was er in 1993 een andere onderzoeksstrategie waarbij bedrijven schriftelijk geënquêteerd werden. Eerder werd ook al in 1990 en 1986 onderzoek gedaan naar bedrijfsopleidingen. Voor de tijdreeks vanaf 1986 zijn in verband met de vergelijkbaarheid van de gegevens de sociale werkvoorzieningen buiten beschouwing gebleven.
Beschrijving kwaliteitsstrategie
Bij het tot stand komen van de statistiek wordt gebruik gemaakt van controle- en correctiemethoden, nauwkeurigheidsonderzoek en gezorgd voor een zo hoog mogelijke respons.