Centraal Bureau voor de Statistiek, Ga naar hoofdmenu / zoekveld.

HomeMethodenDataverzameling > Bijstandsdebiteurenstatistiek

Bijstandsdebiteurenstatistiek

Wat behelst het onderzoek

Doel

De Bijstandsdebiteurenstatistiek geeft informatie over vorderingen die gemeenten opgelegd hebben aan personen die een schuld hebben in het kader van 

  • de Wet Werk en Bijstand (WWB), 
  • de Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werkloze Werknemers (IOAW)
  • de Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen (IOAZ).

De statistiek geeft ook informatie over het uitstaand saldo bij gemeenten en het soort vordering.

Doelpopulatie

Alle vorderingen die gemeenten hebben uitstaan in het kader van de WWB, IOAW en IOAZ. Zie voor verder informatie de Richtlijnen BDS.

Statistische eenheid

Vordering.

Aanvang onderzoek

Januari 2001.

Frequentie

De gegevens zijn maandcijfers en geven de stand aan het einde van de maand. Eens per kwartaal verschijnen de cijfers van de voorgaande drie maanden.

Publicatiestrategie

De gepubliceerde cijfers zijn in eerste instantie voorlopig. Ongeveer een half jaar na de voorlopige cijfers worden de definitieve cijfers gepubliceerd, afhankelijk van het responsniveau.

 

Hoe wordt het uitgevoerd

Soort onderzoek

Tot 1 januari 2005 is het onderzoek op basis van registratie van alle gemeenten. Vanaf 1 januari 2005 gaat het om een combinatie van een registratie- en een steekproefonderzoek. In het kader van administratieve lastenverlichting wordt 10 procent van de gemeenten met minder dan 20 duizend inwoners om aanlevering gevraagd. Alle gemeenten met meer dan 20 duizend inwoners worden geacht gegevens aan te leveren. Vanaf 1 januari 2009 is het onderzoek op basis van registratie van alle gemeenten.

Waarnemingsmethode

Elektronische aanlevering vanuit de administraties van gemeenten.

Berichtgevers

Gemeenten.

Steekproefomvang

Voor de jaren 2005 tot en met 2008 geldt dit voor een op de tien bij gemeenten met minder dan 20 duizend inwoners. Integrale waarneming van de overige gemeenten.

Controle- en correctiemethoden

De aangeleverde bestanden worden gecontroleerd op technische correctheid (geen letters in cijfervelden e.d.). Daarnaast wordt het waardenbereik gecontroleerd en wordt op interne consistentie tussen variabelen gecontroleerd. Ten slotte wordt tussen opeenvolgende perioden het aantal vorderingen vergeleken. Bij grote afwijken wordt navraag gedaan bij de gemeente.

Weging

Er wordt gecorrigeerd voor non-respons en voor de steekproef. Dit wordt gedaan door een ophoogfactor te berekenen. Deze wordt bepaald door de gemeenten te verdelen in acht strata. Vervolgens wordt binnen elk stratum een factor toegekend aan de responsgemeenten om te corrigeren voor de gemeenten die niet geresponderd hebben. De verhouding wordt bepaald door uit te gaan van de verhouding tussen het aantal bijstandsuitkeringen en het aantal vorderingen.

 

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten

Nauwkeurigheid

De landelijke cijfers worden verkregen uit een ophoging. Voor de jaren 2005 tot en met 2008 is van de gemeenten met minder dan 20 duizend inwoners is een steekproef getrokken. Bovendien kan er non-respons optreden. Zowel correctie voor de steekproef als correctie voor de non-respons introduceert fouten. Het aantal niet rapporterende gemeenten is ten opzichte van de wel rapporterende gemeenten echter zo klein, dat deze fout als zeer gering beschouwd mag worden.

Volgtijdelijke vergelijkbaarheid

Sinds de invoering is de opzet van de BDS niet gewijzigd. Wel is met ingang van 2005 de uitvraag naar een aantal kenmerken facultatief geworden.

De statistiek was tot en met 2004 gebaseerd op de integrale verzameling van gegevens uit de debiteurenadministratie van de gemeentelijke sociale diensten. Vanaf 1 januari 2005 worden kleinere gemeenten op steekproefbasis waargenomen. Vanaf 1 januari 2009 is de statistiek weer gebaseerd op de integrale verzameling.

Kwaliteitsstrategie

N.v.t.

Waardeer deze pagina: