Wat behelst het onderzoek?
Doel
De statistieken van de omzetontwikkeling verschaffen inzicht in de kortetermijnontwikkeling (per vier weken, maand of kwartaal) van de omzet in een branche/bedrijfstak. Van de volgende bedrijfstakken stelt het CBS statistieken van de omzetontwikkeling samen: winning van delfstoffen, industrie, productie en distributie van energie en water, bouwnijverheid, reparatie van consumentenartikelen, motor- en autobranche, groot- en detailhandel, horeca en zakelijke en persoonlijke dienstverlening.
Doelpopulatie
In de verslagperiode economisch actieve bedrijven met de hoofdactiviteit in een van bovengenoemde bedrijfstakken.
Bedrijfstakken en branches zijn gangbare termen voor groepen van bedrijven ingedeeld naar voornaamste activiteit. Tot 2009 hanteerde het CBS voor de indeling van bedrijven naar voornaamste activiteit de zogenoemde Standaardbedrijfsindeling 1993 (SBI'93). In 2008 heeft een ingrijpende herziening plaatsgevonden van de internationale indelingen ISIC en NACE en daarmee ook van de daarop gebaseerde SBI. Hiermee sluiten deze indelingen beter aan op de bedrijfsactiviteiten van deze tijd.
Het bovenstaande houdt tevens in dat de SBI-codes van de SBI’93 en SBI 2008 in veel gevallen verschillen. Een SBI-code uit de 2008-versie geeft vaak een andere activiteit weer dan dezelfde SBI-code uit de 1993-versie. Ook kan de samenstelling van een bedrijfstak of branche zijn gewijzigd: nieuwe branches kunnen bijvoorbeeld zijn toegevoegd en branches kunnen zijn verdwenen of ingedeeld bij een andere bedrijfstak of branche.
Statistische eenheid
Bedrijf. De feitelijke transactor in het productieproces gekenmerkt door zelfstandigheid ten aanzien van de beslissingen over dat proces en door het aanbieden van zijn producten aan derden.
Uit deze definitie en vooral uit het element zelfstandigheid volgt dat een bedrijf meer dan één vestiging kan omvatten, maar ook meer dan één juridische eenheid. (Onder juridische eenheden worden zowel natuurlijke als rechtspersonen verstaan). Dit is het geval wanneer de afzonderlijke vestigingen of juridische eenheden niet zelfstandig opereren. Andersom komt het voor dat binnen een juridische eenheid verschillende onderdelen te onderscheiden zijn die wat betreft de productie zelfstandig opereren. Deze vormen dan op grond van de definitie evenzovele bedrijven. Dit laatste doet zich vooral voor bij grotere concerns met uiteenlopende activiteiten. Wanneer een aldus gedefinieerde eenheid zich uitstrekt over verschillende landen wordt terwille van de nationale statistiek het Nederlandse deel als een geheel bedrijf beschouwd.
In de officiële CBS-terminologie wordt het bedrijf zoals hier gedefinieerd bedrijfseenheid (BE) genoemd, zodat geen verwarring kan ontstaan met de term bedrijf uit het - in dit opzicht weinig precieze - spraakgebruik.
De statistische eenheid bedrijf is een operationalisering van de kind-of-activity unit, zoals gedefinieerd door Eurostat. Deze definitie combineert twee eisen die strijdig kunnen zijn: bijdragen aan één activiteit versus het overeenkomen met één of meer operationele eenheden. Nederland geeft bij het operationaliseren naar de statistische eenheid bedrijf prioriteit aan de tweede eis.
Vanaf 2010 zijn in een beperkt aantal gevallen bedrijfseenheden op een andere manier samengesteld uit bedrijven en instellingen dan daarvoor het geval was. Hiermee sluit het CBS beter aan op de systematiek van de Belastingdienst. Daardoor kan het CBS bronnen van andere overheidsdiensten en vooral die van de Belastingdienst zelf, nog beter ontsluiten voor het statistische proces. Hiermee wordt ook een verdere afname van de administratieve lastendruk van het bedrijfsleven beoogd. De verandering kan tijdelijke gevolgen hebben voor de kwaliteit van de statistieken. Voor meer informatie, zie Verandering in samenstelling ondernemingengroepen.
Aanvang onderzoek
De oudste statistieken van de omzetontwikkeling zijn die van de industrie en de detailhandel. Deze dateren van eind jaren veertig van de vorige eeuw. Omzetstatistieken voor een aantal andere branches/bedrijfstakken volgden in de jaren daarna.
Frequentie
Vierwekelijks, maandelijks of per kwartaal.
Publicatiestrategie
- Statistieken met vierwekelijkse of maandwaarneming
De eerste voorlopige uitkomsten publiceert het CBS als regel zes tot acht weken na afloop van de verslagperiode. In de maanden erna kunnen de (nader) voorlopige cijfers nog wijzigen. Definitieve cijfers komen uiterlijk vijf maanden na de verslagperiode beschikbaar.
- Statistieken met kwartaalwaarneming
Voorlopige cijfers komen als regel twee tot drie maanden na het verslagkwartaal beschikbaar, nader voorlopige een kwartaal daarna en nog een kwartaal daarna definitieve cijfers.
Na eerste publicatie van de voorlopige cijfers is er een verdere aanwas van de respons over de betreffende verslagperiode. Hierdoor kunnen cijfers met groter nauwkeurigheid worden berekend. Het CBS kan voor enkele statistieken daardoor ook op meer detailniveau publiceren. Revisie van de definitieve cijfers vindt alleen plaats als blijkt dat aanzienlijke bijstellingen en/of correcties noodzakelijk zijn.
Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?
Soort onderzoek
De informatie voor de kleinere bedrijven verkrijgt het CBS zoveel mogelijk uit registraties van de Belastingdienst. Bedrijven met 50 of meer werkzame personen ontvangen alle een vragenlijst. In geval belastinggegevens voor de kleinere bedrijven niet voldoen wordt aanvullende informatie verkregen door middel van steekproefonderzoek onder deze bedrijven.
Waarnemingsmethode
Berichtgevers kunnen de door het CBS gevraagde gegevens elektronisch of schriftelijk insturen. De informatie uit de registraties wordt door het CBS elektronisch verkregen.
Berichtgevers
Bedrijven. Daarnaast levert de Belastingdienst registratiegegevens.
Steekproefomvang
De steekproefomvang varieert sterk per bedrijfstak omdat het aantal bedrijven in elke bedrijfstak anders is. In totaal worden ruim 42 duizend bedrijven benaderd. Dit is ongeveer 6 procent van de totale Nederlandse bedrijvenpopulatie.
Controle- en correctiemethoden
Het CBS controleert de van de bedrijven ontvangen gegevens op plausibiliteit. De cijfers worden ondermeer vergeleken met die van voorgaande maanden/ kwartalen en met die van dezelfde maand/hetzelfde kwartaal van een jaar eerder. Als deze controlegegevens ontbreken of onvoldoende duidelijkheid geven, wordt een vergelijking gemaakt met gemiddelden van de overige bedrijven die zich in dezelfde groep bevinden (combinatie van branche en bedrijfsgrootte). Als inconsistenties worden aangetroffen in het cijfermateriaal worden deze geautomatiseerd of handmatig gecorrigeerd. Handmatige correctie gebeurt om efficiencyredenen bijna uitsluitend bij de grootste bedrijven, dit gezien het belang van de cijfers van deze bedrijven voor het uiteindelijke totaalcijfer binnen de branche waartoe ze behoren.
Weging
De enquêtegegevens van de responderende bedrijven worden opgehoogd naar het totale aantal bedrijven in een branche in de verslagperiode. Voor bedrijven waarvan (nog) geen respons is ontvangen of registratiegegevens zijn verkregen wordt per bedrijf een inschatting gemaakt. Bij deze inschatting wordt gebruik gemaakt van gegevens uit voorgaande waarneemperiodes en ontwikkelingen binnen de branche.
Wat is de kwaliteit van de uitkomsten?
Nauwkeurigheid
Voor de uitkomsten geldt dat de resultaten in belangrijke mate gebaseerd zijn op steekproefonderzoek waarbij sprake is van een zekere onbetrouwbaarheidsmarge.
Vergelijkbaarheid in de tijd
Bij de omzetstatistieken is het doel actuele ontwikkelingen in beeld te brengen. Daartoe corrigeert het CBS voor belangrijke breuken die optreden als gevolg van methodewijzigingen en definitiewijzigingen. Dit geldt ook voor achteraf gebleken fouten.
Beschrijving kwaliteitsstrategie
De uitkomsten van het onderzoek worden pas gepubliceerd nadat deze zijn beoordeeld op plausibiliteit. Om de plausibiliteit van de uitkomsten vast te stellen worden onder andere de volgende controles uitgevoerd:
- Tijdreeksanalyse (consistentie in de tijd);
- Kengetallenanalyse (verhouding tussen variabelen);
- Confrontatie met uitkomsten uit andere bronnen.