De tegemoetkoming in verhuis- en wederinrichtingskosten eigen personeel dient tot de economische categorie 2.3.1 "Aankopen niet duurzame goederen en diensten" te worden gerekend.
De loonbetalingen omvatten niet de uitgaven van werkgevers die zowel aan henzelf als aan hun werknemers ten goede komen, omdat ze noodzakelijk zijn voor het productieproces. Voorbeelden hiervan zijn ondermeer de toelagen voor of vergoedingen van reis-, verblijf-, verhuis- en representatiekosten die werknemers maken in het kader van de uitoefening van hun werk. Deze uitgaven dienen verantwoord te worden onder categorie 2.3.1.