Centraal Bureau voor de Statistiek, Ga naar hoofdmenu / zoekveld.

HomeInformatie voorDeelnemers CBS-onderzoekBedrijven en instellingenOnderzoeksbeschrijving > Methodebeschrijving Conjunctuurenquête Nederland (COEN)

Methodebeschrijving Conjunctuurenquête Nederland (COEN)

COEN: Conjunctuurenquête Nederland: een samenwerking tussen CBS, Kamer van Koophandel, EIB, MKB-Nederland en VNO-NCW

Een uigebreide methodebeschrijving komt beschikbaar bij de publicatie van de eerste resultaten. Hieronder staan de hoofdlijnen van de methodologie.

Afbakening populatie

De uitkomsten van het onderzoek hebben betrekking op het hele Nederlandse bedrijfsleven en geven voor het bedrijfsleven een representatief beeld van de conjuncturele ontwikkeling en de regionale verschillen daarin. De waarneming is gericht op actieve lokale vestigingen met minimaal 5 werkzame personen, die naar grootteklasse en regio zijn ingedeeld op basis van hun eigen omvang en vestigingsplaats. Vanwege de aanlsuiting op andere economische statistieken wordt de typering naar bedrijfstak bepaald op basis van de hoofdactiviteit van de bij het CBS gebruikte “bedrijfseenheid”. Bij een bedrijf met meerdere vestigingen worden dus alle vestigingen ingedeeld bij de bedrijfstak die hoort bij de activiteit van het bedrijf als geheel.

Frequentie en algemene opzet

COEN is opgezet rondom de maandelijkse enquêtes die CBS en EIB in Europees verband uitvoeren in de industrie, detailhandel, diensten en bouw. Dit betekent dat er steeds aan het begin van een kwartaal in het kader van COEN extra vragen worden gesteld en meer bedrijven ten opzichte van de afgelopen jaren worden ondervraagd. Voor de enquête van het vierde kwartaal worden in totaal 12.000 vestigingen waargenomen, in de eerste drie kwartalen 5.000. Het totale aantal bedrijven, dat uiteindelijk benaderd wordt, is met COEN 71% minder in vergelijking met de afgelopen jaren. Dit heeft te maken met het feit dat de afgelopen jaren meer conjunctuurenquêtes plaatsvonden, die allemaal nu door COEN zijn vervangen. Daarnaast zijn de meeste COEN-vragen makkelijker en sneller te beantwoorden, omdat het aantal cijfermatige antwoorden heel beperkt is.

Variabelen en vraagstelling

Het onderzoek heeft betrekking op de belangrijkste conjunctuurrelevante variabelen in het bedrijfsleven. In een aantal gevallen worden over één variabele meerdere vragen gesteld, bijvoorbeeld over ontwikkelingen in de afgelopen tijd en verwachtingen voor de komende tijd of de ontwikkeling van de totale omzet en de buitenlandse omzet. De variabelen zijn: productieniveau, productiecapaciteit, bezettingsgraad, omzet / verkopen, orders / opdrachten / boekingen, voorraden, verkoopprijzen / tarieven, personeelssterkte, concurrentiepositie, productiebelemmeringen, economisch klimaat, winstgevendheid/rendement en investeringen. Daarnaast kunnen per kwartaal twee extra vragen worden gesteld over bijvoorbeeld actuele onderwerpen. Afhankelijk van de vraagstelling hebben de uitkomsten betrekking op de afgelopen drie maanden, de komende drie maanden, dit jaar, volgend jaar of op “dit moment”. Als een variabele in een bepaalde branche niet relevant is, wordt hij daar niet uitgevraagd (zoals “voorraden eindproduct” in de horeca).

Publicatie

De uitkomsten worden gepubliceerd in een StatLine-publicatie via de CBS-website. De uitkomsten kunnen daarbij worden uitgesplitst naar bedrijfstakken, provincies, KvK-regio’s en grootteklasse. In de eerste drie kwartalen is een beperkte regionale uitsplitsing mogelijk, in het vierde kwartaal een uitgebreide.